Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.6
10.6 Conclusie en rechtsvergelijking
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90787:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 10, paragraaf 10.3-10.4.
Hoofdstuk 5, paragraaf 5.3.4.2.
Hoofdstuk 10, paragraaf 10.5.1.
Vriesendorp, TvI 1999/1, p. 8-9; Fikkers 1999, nr. 69; Loesberg 2001, p. 242; Verstijlen 2002, p. 457-478; Steneker 2012, nr. 32; Koops, AA 2015/12, p. 964; Verheul & Verstijlen 2016, p. 117-124; Verheul 2018, p. 257-262.
Hoofdstuk 10, paragraaf 10.2.2.
Verstijlen 2002, p. 457-478; Verheul 2018, p. 257-260. Voorzichtig Vriesendorp, TvI 1999/1, p. 9.
Verheul 2018, p. 261-262.
Vriesendorp, TvI 1999/1, p. 8-9; Fikkers 1999, nr. 69; Loesberg 2001, p. 242; Smelt, AA 2003, p. 348-354; Steneker 2012, nr. 32; Koops, AA 2015/12, p. 964. Verheul & Verstijlen 2016, p. 117-124.
Fesevur, NTBR 2001/10, p. 506; Wichers 2002, p. 150; Smelt, AA 2003, p. 349-351; Spath 2010, p. 346-347; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2012/516; Reehuis 2013, nr. 49; Asser/Bartels & Van Velten 5 2017/72; Hijma & Olthof 2017/228.
Oneigenlijke vermenging wordt in alle rechtsstelsels gezien als een probleem van individualiseerbaarheid, inhoudende dat de leverancier niet meer kan bewijzen op welke specifieke zaken hij een eigendoms- of zekerheidsrecht heeft. Dit heeft verschillende gevolgen voor de voorrangspositie voor leverancierskrediet.
In het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht heeft oneigenlijke vermenging tot gevolg dat de leverancier zijn voorrangspositie verliest op de oorspronkelijke zaken, maar een vervangend zekerheidsrecht verkrijgt op de oneigenlijk vermengde hoeveelheid. De voorrangspositie ‘verlengt’ zich dus tot een vergelijkbare hoeveelheid soortgelijke zaken.
Dit wordt op verschillende wijzen vormgegeven. In het Duitse recht ontstaat mede-eigendom tussen de oorspronkelijke eigenaren. De leverancier verkrijgt een aandeel onder dezelfde ontbindende voorwaarde als waaronder de oorspronkelijke zaak was overgedragen. Alle mede-eigenaren verkrijgen een aandeel evenredig aan de waarde van de oorspronkelijke zaken. Dit kan aangeduid worden als substitutie. In het Belgische recht bepaalt art. 20 Pandwet dat door oneigenlijke vermenging de voorrangspositie van de leverancier niet wordt aangetast. De leverancier kan zijn recht blijven uitoefenen en zodoende een bepaalde hoeveelheid zaken revindiceren. Beide regelingen zijn gebaseerd op de ratio dat het onbillijk is als de oorspronkelijke eigenaren hun eigendomsrechten verliezen door oneigenlijke vermenging of dit moeten voorkomen door maatregelen te nemen die veel geld kosten of een hoge administratieve last op de leverancier of op de koper leggen.1
In het Amerikaanse recht verkrijgt de leverancier op grond van substitutie een zekerheidsrecht op het geheel van oneigenlijk vermengde zaken. Dit geldt ook voor andere leveranciers en geldkredietverstrekkers met een zekerheidsrecht op een oorspronkelijke zaak die oneigenlijk vermengd raakt. Deze zekerheidsrechten hebben onderling een gelijke rang. Ook aan deze Amerikaanse regeling ligt de ratio ten grondslag dat de zekerheidsnemer zijn zekerheidsrecht niet mag verliezen als gevolg van oneigenlijke vermenging. Dit wordt onderstreept door de ratio achter de regeling in Article 9 UCC die cross-collateralization bij purchase-money security interests op inventory toestaat.2 Met deze regeling trachten de ontwerpers te voorkomen dat de leverancier zijn zekerheidsrecht verliest als gevolg van oneigenlijke vermenging of hiervoor hoge kosten moet maken voor de administratie en monitoring ter voorkoming van oneigenlijke vermenging.3
Aan de rekkelijke benadering in het Nederlandse recht liggen vergelijkbare argumenten ten grondslag.4 Het wordt onbillijk geacht dat de leverancier zijn voorbehouden eigendom verliest als hij niet precies zijn zaken kan aanwijzen, maar wel aannemelijk kan maken dat een bepaalde hoeveelheid van zijn zaken bij de koper aanwezig is. Het betreft soortgelijke zaken, zodat het voor de leverancier ook niet uitmaakt welke zaken hij precies kan revindiceren.5 Het wordt onbillijk geacht dat deze zaken in de failliete boedel van de koper vallen, slechts omdat de leverancier niet kan bewijzen van welke specifieke zaken hij eigenaar is. Met deze rekkelijke benadering sluit het Nederlandse recht meer aan bij de andere rechtsstelsels.
Er zijn voorzichtige aanwijzingen dat de Nederlandse wetgever deze rekkelijke benadering niet afwijst of zelfs wenselijk acht. Daarnaast biedt de Nederlandse wet ruimte voor deze rekkelijke benadering. In de literatuur zijn verschillende mogelijkheden besproken om het resultaat dat de rekkelijke benadering nastreeft in te passen in het huidige recht. Als eerste optie wordt aangevoerd dat de oorspronkelijke eigenaren en beperkt gerechtigden hun krachten kunnen ‘bundelen’ en gezamenlijk de zaken kunnen opvorderen.6 In de aanverwante tweede optie wordt het individualiseringsvereiste eveneens soepel wordt ingevuld, maar kan de leverancier vervolgens een bepaalde hoeveelheid zaken revindiceren als hij zijn recht op een bepaalde hoeveelheid aannemelijk kan maken. Hij hoeft niet precies de zaken aan te wijzen waarvan hij eigenaar is.7 Een derde optie is dat er mede-eigendom ontstaat tussen de oorspronkelijke eigenaren en beperkt gerechtigden een zekerheidsrecht op een aandeel verkrijgen.8
Deze wijzen vertonen veel overeenkomsten met de wijzen waarop het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht realiseren dat de leverancier zijn voorrangspositie niet verliest bij oneigenlijke vermenging.
Met deze rekkelijke benadering in het Nederlandse recht verliest de leverancier slechts zijn voorrangspositie, indien hij niet aannemelijk kan maken dat zijn zaken aanwezig zijn en hoe groot zijn aandeel is. Dit is vergelijkbaar met het Duitse recht waar de leverancier ook geen recht heeft op de oneigenlijk vermengde hoeveelheid als hij niet kan bewijzen hoe groot de omvang van zijn aanspraak is. In het Belgische recht verkrijgen de mede-eigenaren daarentegen in dit geval gelijke aandelen als de grootte van de aandelen niet bewezen kunnen worden. In het Amerikaanse recht hoeft de leverancier ook geen bewijs te leveren van het aantal geleverde zaken dat nog aanwezig is bij de koper. Hij verkrijgt een zekerheidsrecht op het geheel ter hoogte van zijn koopprijsvordering.
Wordt in het Nederlandse recht de strikte benadering bij oneigenlijke vermenging toegepast, dan verliest de leverancier zijn voorrangspositie in alle gevallen dat zijn zaken door elkaar raken met zaken van de koper of een derde. De zaken vallen steeds in de failliete boedel van de koper.9 Het Nederlandse recht wijkt dan zeer af van het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht in het kader van oneigenlijke vermenging.