Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.2:10.2 Het Nederlandse recht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/10.2
10.2 Het Nederlandse recht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90826:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 12 januari 1968, NJ 1968/274 (Teixeirade Mattos).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het TeixeiradeMattos-arrest is de klassieker bij het leerstuk van oneigenlijke vermenging.1 Certificaten Nilmij worden door Mulder en Peijnenburg in bewaring gegeven aan Teixeira de Mattos. Deze bewaarnemer failleert, waarna Mulder en Peijnenburg afgifte van de certificaten vorderen. De vordering wordt afgewezen, omdat Mulder en Peijnenburg kunnen niet aantonen welke certificaten specifiek van hen zijn. Zij kunnen zelfs niet bewijzen dat hun certificaten nog aanwezig waren bij Teixeira, omdat Teixeira certificaten had vervreemd en nieuwe certificaten die aan hemzelf en derden toebehoorden had toegevoegd aan de voorraad certificaten. Mulder en Peijnenburg kunnen met andere woorden de bewijsvermoedens die in het huidige recht zijn neergelegd in art. 3:109 en 3:119 BW, inhoudende dat de houder wordt vermoed bezitter en de bezitter wordt vermoed eigenaar te zijn, niet weerleggen. De certificaten vallen in de failliete boedel en Mulder en Peijnenburg blijven met lege handen achter.
Op dit klassieke geval zijn vele variaties te bedenken die de uitkomst mogelijk anders zouden hebben gemaakt. Wat zou er bijvoorbeeld zijn gebeurd als er geen certificaten waren vervreemd door Teixeira, maar slechts toegevoegd aan de voorraad? Maakt het verschil dat er ook certificaten van Teixeira zelf opgeslagen waren? En wat zou de uitkomst zijn geweest als wel duidelijk was hoeveel certificaten van iedere gerechtigde aanwezig waren?
Het antwoord op deze vragen is afhankelijk van een strikte of meer rekkelijke benadering die wordt gekozen voor het leerstuk van oneigenlijke vermenging. Deze benaderingen kunnen namelijk tot verschillende uitkomsten leiden. Afhankelijk van de gekozen benadering vormt oneigenlijke vermenging een groot of minder groot risico voor de voorrangspositie voor leverancierskrediet, en wijkt het Nederlandse recht in meer of mindere mate af van de andere drie rechtsstelsels.
In deze paragraaf worden eerst de gevolgen van oneigenlijke vermenging voor het eigendomsvoorbehoud van de leverancier uiteengezet (paragraaf 10.2.1). Vervolgens wordt besproken wanneer oneigenlijke vermenging leidt tot het verlies van de voorrangspositie. Hierbij zijn twee benaderingen mogelijk: de strikte (paragraaf 10.2.2.1) en de rekkelijke benadering (paragraaf 10.2.2.2). Tot slot worden de gevolgen van oneigenlijke vermenging voor het recht van reclame besproken (paragraaf 10.2.3).
10.2.1 De gevolgen van oneigenlijke vermenging voor het eigendomsvoorbehoud10.2.2 De strikte en rekkelijke benadering10.2.3 De gevolgen van oneigenlijke vermenging van het recht van reclame