Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.6.6.4
7.6.6.4 Rechtsbijstand
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS457860:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 50-51. Ik ben het niet eens met hun standpunt dat rechtsbijstand door een advocaat in het onderzoeksbelang kan worden beperkt. Zie§ 6.4.6. Vgl. ook Beurskens 2011, p. 116.
OK 30 mei 2016, ARO 2016/145 (Fayrefield International), r.o. 3.7.
De geheimhoudingsplicht van artikel 2:351 lid 3 BW rust op de onderzoekers (en hun hulppersonen); niet op degenen die in het onderzoek worden betrokken. Het verslag van het verhoor valt niet aan te merken als het verslag van bevindingen als bedoeld in artikel 2:351 lid 4 BW.
De onderzoekers kunnen de gehoorde persoon vragen te verklaren dat hij het gespreksverslag niet aan derden zal geven en, bij gebreke daarvan, de gehoorde persoon het conceptgespreksverslag alleen op hun kantoor ter inzage geven. Zie § 7.6.6.6.
Vgl. ook Olden 2013, p. 414.
Zo ook De Kluiver 2010, p. 243; Douma 2014, p. 80-81.
Zie § 7.6.6.5.
Degene die door de onderzoekers wordt gehoord, heeft het recht zich door een advocaat van zijn keuze te laten bijstaan.1 Omdat in onderzoeken vrijwel altijd meerdere personen worden gehoord, rijst de vraag of dezelfde advocaat meerdere personen kan bijstaan. Ook rijst de vraag of de advocaat van de rechtspersoon werknemers of voormalige werknemers van de rechtspersoon mag bijstaan. Het is voorgekomen dat de onderzoekers daartegen bezwaar hebben gemaakt, met als argument dat zij wilden voorkomen dat de te horen persoon voor het verhoor informatie zou ontvangen over wat andere personen hadden verklaard. In de enquête naar Fayrefield International had de onderzoeker op verzoek van twee te horen personen toegestaan dat zij werden gehoord in aanwezigheid van de advocaat van de rechtspersoon. Daarover beklaagde de verzoeker zich. De Ondernemingskamer verwierp dit verweer, omdat niet gezegd kon worden dat daardoor zozeer tekort was gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor dat het onderzoeksverslag niet in de overwegingen van de Ondernemingskamer kon worden betrokken.2 Ik meen dat de Ondernemingskamer dit verweer inderdaad had dienen te verwerpen, maar op de grond dat, zolang er geen sprake is van een tegenstrijdig belang, een advocaat voor meerdere partijen kan optreden.3 De advocaat van Fayrefield International trad ook op voor een van de twee gehoorde personen die als belanghebbende in de procedure was verschenen. De andere gehoorde persoon was, naar ik aanneem, een werknemer van de andere belanghebbende, voor wie de advocaat ook optrad. In mijn visie was er geen sprake van een schending van het beginsel van hoor en wederhoor en had het verweer op die grond kunnen worden afgewezen. Er is ook geen noodzaak om over bijstand van een te horen persoon door een advocaat naar keuze heel moeilijk te doen. De personen die de onderzoekers hebben gehoord, hebben geen geheimhoudingsplicht over de inhoud van hetgeen in het interview ter sprake is gekomen.4 Het staat reeds gehoorde personen daarom vrij om datgene en het (concept)gespreksverslag van het verhoor te delen met andere personen en (de advocaat van) de rechtspersoon, tenzij ze daarover met de onderzoekers afspraken hebben gemaakt.5 Voorts is het om financiële redenen voor de rechtspersoon van belang het aantal advocaten dat bij het onderzoek is betrokken, te beperken. In veel gevallen betaalt de rechtspersoon namelijk de kosten van rechtsbijstand van (voormalig) bestuurders, commissarissen en werknemers. Vaak is de rechtspersoon hier contractueel toe verplicht. Ook komt het voor dat de kosten van rechtsbijstand door een verzekeraar tegen bestuurdersaansprakelijkheid worden vergoed. Ook verzekeringsmaatschappijen proberen het aantal advocaten dat bij een onderzoek is betrokken zo veel mogelijk te beperken.
In de praktijk ben ik ook wel tegengekomen dat de onderzoekers zich op het standpunt stelden dat een advocaat van de te horen persoon alleen bij het formele gesprek aanwezig mocht zijn, en verder niets mocht zeggen.6 Dat is een miskenning van de taak van de advocaat. Zijn taak is erop toe te zien dat het verhoor procedureel gezien eerlijk verloopt. Hij heeft het recht om in te grijpen als de onderzoekers suggestieve vragen stellen, ongesubstantieerde beschuldigingen uiten, als vragen voor de gehoorde persoon niet duidelijk zijn, of indien het antwoord dat de gehoorde geeft voor meerdere uitleg vatbaar is.7 De advocaat van de gehoorde persoon behoort zijn cliënt echter geen woorden in de mond te leggen. Mijn ervaring is dat dit in de praktijk ook niet gebeurt. Wat de advocaat voorts kan doen, is aantekeningen bijhouden van hetgeen tijdens het formele gesprek wordt besproken of het gesprek opnemen.8 Dat kan van belang zijn om eventuele onjuistheden in het conceptgespreksverslag te kunnen corrigeren als de onderzoekers het gesprek niet met audiovisuele middelen opnemen.