Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/7.4.3.4
7.4.3.4 Horizontale binding
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS574760:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de binding van het Court of Appeal aan eigen precedenten hierna § 7.4.3.5.
Zie Cross &t Harris 1991, p. 119-121; Smith, Bailey & Gunn 2002, p. 488-490.
Police Authority for Huddersfield v. Watson [1947] KB 842, 848 per Lord Goddard.
Zie §7.4.1.
Vgl. Cross & Harris 1991, p. 41; zie over het onderscheid tussen 'binding' en 'persuasive precedents' voorts § 7.4.6.
Een andere factor die mogelijk van invloed is op het ontbreken van onderlinge binding, wordt gevormd door het feit dat de uitspraken van de 'inferior courts' (d.w.z. gerechten lager dan het High Court) niet worden gepubliceerd (vgl. Walker & Walker 1998, p. 81).
Zie bijv. Cross & Harris 1991 p. 6; Marshall 1997, p. 514; Dias 1985, p. 126-127; vgl. ook de formulering van Lord Hailsham in Case// cV Co. Ltd. v. Broome [1972] AC 1027,1058: 'in the hierarchical system of courts which exists in this country, it is necessary for each lower tier (-), to accept loyally the decisions of the higher tiers.'
De vraag of rechters ook op horizontaal niveau gebonden zijn aan precedenten van andere rechters speelt in Engeland voornamelijk op niveau van de rechtspraak in eerste aanleg. De appèlrechtspraak wordt in de meeste gevallen immers slechts door één gerecht uitgeoefend (het Court of Appeal), zodat de vraag naar horizontale binding daarbij niet aan de orde is.1
De 'divisional courts', die zoals hiervóór bleek, in bepaalde situaties met appèlrechtspraak zijn belast, achtten zich in het verleden wél aan eikaars beslissingen gebonden, maar hierin lijkt meer recent enige verandering te zijn gekomen.2
Op het niveau van de rechters in eerste aanleg wordt onderlinge gebondenheid aan eikaars precedenten evenmin aanvaard. Dit geldt zowel voor de county courts als voor de High Court-rechters onderling:
"I think the modem practice and the modern view of the subject, is that a judge of first instance, though he would always follow the decision of another judge of first instance, unless he is convinced that the judgment is wrong, would follow it as a matter of judicial comity. He certainly is not bound to follow the decision of a judge of equal jurisdiction. He is only bound to follow the decisions which are binding on him, which (-) are the decisions of the Court of Appeal, the House of Lords and the Divisional court."3 [mijn cursivering, KT]
Het volgen van precedenten van rechters op gelijk niveau wordt dus niet gezien als een echte rechtsplicht, maar is slechts een kwestie van 'judicial comity'. Hierbij moet overigens worden opgemerkt dat in het Engelse juridische spraakgebruik de term 'binding precedent' slechts ziet op die uitspraken waaraan een latere rechter in het geheel niet mag afwijken.4 Is van een bindend precedent in deze zin geen sprake, dan betekent dit evenwel nog niet dat de uitspraak geen enkele betekenis heeft voor latere rechters. Integendeel, deze zal doorgaans een 'persuasive precedent' vormen, waaraan in latere gevallen in elk geval aandacht moet worden besteed en waarvan niet zonder noodzaak zal worden afgeweken.5
Men kan zich afvragen waarom een (echte) binding van de rechters in eerste aanleg aan elkanders precedenten ontbreekt. Waarschijnlijk speelt hierbij een rol dat van een hiërarchische relatie tussen deze rechters geen sprake is.6 De hiërarchie tussen de verschillende gerechten wordt immers als één van de fundamentele pijlers voor het systeem van precedentbinding beschouwd.7