Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/5.4.10
5.4.10 Verstrekken van inlichtingen over de voortgang van het onderzoek aan de Ondernemingskamer of de raadsheer-commissaris
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453053:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:350 lid 3 BW: zie § 4.5.
Artikel 2:352 BW: zie § 6.5.
Artikel 2:351 lid 2 BW: zie § 6.7.
Artikel 2:352a BW: zie § 6.6.
Artikel 2:350 lid 4 BW: zie § 9.4.2.
Zie § 3.10.
Artikel 2:350 lid 4 BW: zie § 9.4.2.
Artikel 2:349a lid 2 BW. In § 6.1.2 heb ik besproken of de onderzoekers ook de bevoegdheid zouden moeten krijgen om in het belang van het onderzoek onmiddellijke voorzieningen te verzoeken.
Zie § 9.4.4.3.
Zie § 11.5.3.
De bevoegdheid van de raadsheer-commissaris om de onderzoekers aanwijzingen te geven staat in de wet (artikel 2:350 lid 4 BW). De bevoegdheid van de Ondernemingskamer om zulks te doen, is door de Hoge Raad aanvaard in HR 13 juni 2014, NJ 2014/358, m.nt. P. van Schilfgaarde, JOR 2014/261, m.nt. J.M. Blanco Fernández (Greenchoice), r.o. 3.5.2.
Zie § 9.1.2.4.
HR 8 april 2005, NJ 2006/443, m.nt. G. van Solinge, JOR 2005/119, m.nt. M. Brink, Ondernemingsrecht 2005/98, p. 290-295, m.nt. P.G.F.A. Geerts (Laurus), r.o. 3.11; HR 10 september 2010,NJ 2010/483, JOR 2010/304, m.nt. S.M. Bartman (LCI Technology Group), r.o. 3.5.2.
Zie § 9.5.
Tijdens het onderzoek zijn de onderzoekers soms gehouden om, anders dan in een tussentijds verslag, informatie over de voortgang of de inhoud van het onderzoek aan de Ondernemingskamer of de raadsheer-commissaris te verstrekken. Dit is in de eerste plaats aan de orde wanneer de onderzoekers een verzoek indienen bij de Ondernemingskamer of de raadsheer-commissaris. Daarbij kan men denken aan een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget,1 een verzoek een bevel tot medewerking te geven,2 een verzoek tot opening van de boeken van een nauw verbonden rechtspersoon,3 een verzoek gedurende het onderzoek getuigen te horen4 of een verzoek aan de raadsheer-commissaris om een aanwijzing te geven.5 Een andere situatie die zich kan voordoen, is dat de onderzoekers zich moeten verweren tegen een verzoek van partijen. Daarbij kan men denken aan een verzoek aan de Ondernemingskamer om de onderzoekers van hun taak te ontheffen,6 bijvoorbeeld vanwege vermeende partijdigheid, of een verzoek aan de raadsheer-commissaris om de onderzoekers een aanwijzing te geven.7 Voorts kan zich de situatie voordoen dat gedurende het onderzoek een partij de Ondernemingskamer een verzoek doet en de Ondernemingskamer de onderzoekers vraagt zich daarover uit te laten. Daarbij kan men denken aan een verzoek om onmiddellijke voorzieningen te treffen (al dan niet in het belang van het onderzoek),8 een verzoek de onderzoeksopdracht te wijzigen9 of een verzoek het onderzoek te beëindigen.10
De reden dat de onderzoekers in dergelijke situaties gehouden zijn om informatie over de voortgang of de inhoud van het onderzoek aan de Ondernemingskamer of de raadsheer-commissaris te verstrekken, is primair dat deze toezicht houden op het onderzoek. Zowel de Ondernemingskamer als de raadsheer-commissaris kan de onderzoekers aanwijzingen geven.11 Om toezicht te kunnen houden en zo nodig aanwijzingen te kunnen verstrekken, kunnen de Ondernemingskamer en de raadsheer-commissaris de onderzoekers om alle informatie vragen die zij nodig hebben.12 Als de onderzoekers hetzij als verzoeker, hetzij als belanghebbende betrokken zijn bij een procedure, zullen zij hun verzoek respectievelijk verweer moeten motiveren. Ook dat kan hen nopen tot het verstrekken van informatie over de voortgang en de inhoud van het onderzoek.
De onderzoekers kunnen de door de Ondernemingskamer of de raadsheer-commissaris verzochte informatie zowel schriftelijk als mondeling, op een zitting, verstrekken. De Hoge Raad heeft beslist dat de Ondernemingskamer in een tweedefaseprocedure de onderzoekers kan vragen aanwezig te zijn tijdens de mondelinge behandeling om een toelichting te geven op het verslag, of om een oordeel te geven over stellingen van feitelijke aard die partijen inmiddels naar voren hebben gebracht.13 Het ligt voor de hand dat de Ondernemingskamer die bevoegdheid ook heeft als er een mondelinge behandeling tijdens het onderzoek plaatsvindt. Als de onderzoekers op verzoek van de Ondernemingskamer inlichtingen over de voortgang en de inhoud van het onderzoek verstrekken, doen zij dat ter uitvoering van hun onderzoeksopdracht en schenden zij daarmee de op hen rustende geheimhoudingsplicht niet.14