Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.7.1:1.7.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.7.1
1.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456693:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Cools e.a. 2009, p. 26, 29.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het object van mijn onderzoek is het onderzoek in de enquêteprocedure. In de vorige paragrafen heb ik het kader geschetst voor mijn onderzoek. De doeleinden van het enquêterecht zoals de Hoge Raad die heeft geformuleerd, hebben het mogelijk gemaakt de enquêteprocedure instrumenteel te gebruiken, hetgeen in de praktijk volop gebeurt. Door het instrumentele gebruik van de enquêteprocedure is, zoals eerder vermeld, de behoefte aan rechtsbescherming sterk toegenomen. De mate waarin dat het geval is, hangt af van het type enquêteprocedure. In inquisitoire enquêtes, en in het algemeen in enquêtes met een groot financieel belang, is een adequate rechtsbescherming voor de verwerende partijen essentieel. Voorkomen moet echter worden dat in kleine, curatieve enquêtes het onderzoek zo juridiseert dat de kosten van het onderzoek prohibitief worden om van de enquêteprocedure gebruik te maken met als doel in de rechtspersoon orde op zaken te stellen.
Het onderzoek is onderdeel van de eerste fase van de enquêteprocedure. Daarna kan een tweedefaseprocedure volgen, maar dat gebeurt slechts in een minderheid van de gevallen.1 Ongeacht of een tweedefaseprocedure is gevolgd, kan het onderzoeksverslag worden gebruikt in vervolgprocedures. Zowel in de tweedefaseprocedure als eventuele vervolgprocedures kan rechtsbescherming worden geboden. Dat doet echter niet af aan het feit dat er ook in de onderzoeksfase behoefte is aan rechtsbescherming.
Het doel van mijn onderzoek is tweeërlei: normatief beschrijven hoe de onderzoekers het onderzoek behoren uit te voeren en hoe de Ondernemingskamer het onderzoek zou behoren aan te sturen en de raadsheer-commissaris daarop toezicht zou behoren te houden. Dat doe ik door systematisch de verschillende onderwerpen te bespreken die in het onderzoek een rol spelen: de onderzoeksopdracht (hoofdstuk 2), de benoeming van de onderzoekers (hoofdstuk 3), de kosten van het onderzoek (hoofdstuk 4), de taken van de onderzoekers (hoofdstuk 5), de bevoegdheden van de onderzoekers (hoofdstuk 6), de uitvoering van het onderzoek (hoofdstuk 7), de raadsheer-commissaris (hoofdstuk 9), het onderzoeksverslag (hoofdstuk 10) en het einde van het onderzoek (hoofdstuk 11). Hoofdstuk 8, ‘Het voorkomen van hindsight bias bij het beoordelen van het handelen van ondernemingen’, betreft niet een aspect van het onderzoek zelf. In dit hoofdstuk bespreek ik een gevaar voor een zorgvuldige oordeelsvorming door de onderzoekers (en in de tweedefaseprocedure door de Ondernemingskamer), namelijk dat zij altijd achteraf een oordeel over het handelen van de rechtspersoon moeten geven, met wetenschap van de onfortuinlijke uitkomst daarvan.