Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.6
1.6 Regels betreffende het deskundigenonderzoek in de civiele procedure niet rechtstreeks van toepassing op het onderzoek
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS451885:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
M. Brink, annotatie bij OK 22 mei 2002, JOR 2002/116 (Laurus); P.G.F.A. Geerts, annotatie bij EHRM 19 maart 2002, Ondernemingsrecht 2002/32, p. 311 (Text Lite Holding); Geerts 2004,p. 137140. Geerts is nadien omgegaan: zie Geerts 2006, p. 23-24.
Thierry 2002, p. 430; Hermans 2003, p. 119; Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004,p. 25-26; Timmerman & Thierry 2004, p. 217-219; Geerts 2006, p. 23-24, Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/775; Van Hassel 2010, p. 143-144; Douma 2014, p. 79.
Zo ook Geerts 2004, p. 139.
In de literatuur bestaat verdeeldheid over het antwoord op de vraag of de onderzoekers deskundigen zijn in de zin van artikel 194 e.v. Rv. Er is een kleine groep auteurs die betoogt dat de regels van het deskundigenonderzoek in de civiele procedure rechtstreeks van toepassing zijn op het onderzoek in de enquêteprocedure.1 Deze auteurs beroepen zich op een uitspraak van de staatssecretaris in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging en aanvulling van het recht van enquête, waarin hij stelde dat artikel 222 Rv (oud), thans artikel 194 lid 4 Rv, dat ook van toepassing is in verzoekprocedures voldoende basis biedt om een onderzoeker te vervangen.2De voorstanders miskennen mijns inziens dat het onderzoek vóór 1971 een doel op zich was en geen onderdeel vormde van een procedure, waardoor toen de regels van het deskundigenbericht zeker niet op het onderzoek van toepassing waren. Door de herziening van het enquêterecht is de aard van het onderzoek niet veranderd en zijn niet opeens de regels van het deskundigenonderzoek in de civiele procedure op het onderzoek van toepassing geworden. Sommige bepalingen in de artikelen 194-200 Rv lenen zich ook niet voor overeenkomstige toepassing, zoals artikel 194 lid 1 Rv, dat de rechter de bevoegdheid geeft om een (mondeling) verhoor van deskundigen te bevelen. De meerderheid van de schrijvers is thans dan ook van mening dat de regels van het deskundigenbericht niet rechtstreeks op het onderzoek in de enquêteprocedure van toepassing zijn.3 Dat neemt niet weg dat diverse bepalingen van het deskundigenbericht zich voor analoge toepassing lenen. Zo bezien is het antwoord op de vraag of de regels van het deskundigenbericht rechtstreeks op de enquêteprocedure van toepassing zijn, niet van grote betekenis.4