Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.7.3:1.7.3 Tweede onderzoeksdoel: normatief beschrijven hoe de ondernemingskamer het onderzoek zou moeten aansturen
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.7.3
1.7.3 Tweede onderzoeksdoel: normatief beschrijven hoe de ondernemingskamer het onderzoek zou moeten aansturen
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453080:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mijn tweede onderzoeksdoel is normatief beschrijven hoe de Ondernemingskamer het onderzoek zou moeten aansturen en de raadsheer-commissaris daarop toezicht zou behoren te houden. Dit komt vooral aan de orde in de hoofdstukken 2-4, 9 en 11. In hoofdstuk 2 bespreek ik de onderzoeksopdracht die de Ondernemingskamer aan de onderzoekers geeft. Ik ga daarbij in op de wijze waarop de Ondernemingskamer de onderzoeksopdracht scherper zou kunnen formuleren en welke beperkingen zij daarbij in acht moet nemen. Hoofdstuk 3 gaat over de benoeming van de onderzoekers. In dit hoofdstuk komt onder meer aan de orde welke eisen aan onderzoekers moeten worden gesteld, en hoe daarin kan worden voorzien. Hoofdstuk 4 heeft betrekking op de kosten van het onderzoek. In dit hoofdstuk bespreek ik hoe de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget moet vaststellen en hoe dat, indien het te laag blijkt te zijn, kan worden verhoogd. In dit verband ga ik ook in op de complicaties die zich voordoen als de rechtspersoon insolvent is of als het onderzoeksbudget ontoereikend is voor het uitvoeren van het onderzoek. Verder komen onder meer aan de orde de vaststelling van de vergoeding van de onderzoekers en de kosten die de onderzoekers moeten maken voor het voeren van verweer tegen een eventuele aansprakelijkstelling. Hoofdstuk 9 gaat over de raadsheer-commissaris, die toezicht houdt op de uitvoering van het onderzoek. In het laatste inhoudelijke hoofdstuk, 11, bespreek ik de beslissingen die de Ondernemingskamer moet nemen na afronding van het onderzoek of om het onderzoek te beëindigen. Uiteraard is het niet zo dat in de andere hoofdstukken, die zich meer richten op de onderzoekers, de rol van de Ondernemingskamer niet ook aan de orde komt.
Toen ik begon met het onderzoek waarvan dit boek het resultaat is, had ik de indruk dat de Ondernemingskamer de onderzoekers veel vrijheid bood om het onderzoek naar eigen goeddunken uit te voeren. Die indruk was gebaseerd op de gang van zaken bij de paar onderzoeken waarbij ik zelf betrokken was. De hypothese waarvan ik ben uitgegaan, is dat de Ondernemingskamer op een betere manier kan aansturen en dat dit kan leiden tot onderzoeken die kwalitatief beter zijn, en sneller en tegen lagere kosten kunnen worden uitgevoerd. In § 12.9 ga ik in op de vraag of deze hypothese in mijn onderzoek is bevestigd.