Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.3.3.4:7.3.3.4 Verbod op gedwongen zelfincriminatie
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.3.3.4
7.3.3.4 Verbod op gedwongen zelfincriminatie
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450688:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 6.3-6.5.
EHRM 17 december 1996, Reports of Judgments and Decisions, 1996-VI, p. 2044, NJ 1997/699, m.nt. G. Knigge (Saunders v. Verenigd Koninkrijk).
De Witt Wijnen 1997, p. 111-112.
Zie HR 28 september 2001, NJ 2002/104, m.nt. D.W.F. Verkade (Rowa/Hooters), r.o. 3.5.
Zo ook Geerts 2004, p. 161-162 met verdere verwijzingen.
Zie het praktijkvoorbeeld dat Van den Blink 2000, p. 59, aanhaalt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volledigheidshalve merk ik op dat er nog een derde relatie tussen artikel 6 EVRM en het onderzoek is, namelijk dat op grond van de wet de rechtspersoon en zijn (voormalige) bestuurders, commissarissen en werknemers verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek.1 In de Saunders-zaak ging het, net als in de Fayed-zaak, om een onderzoek in opdracht van de Britse minister voor Trade and Industry. Saunders was verplicht om aan dat onderzoek mee te werken. Later werden de hierin door hem afgelegde verklaringen tegen hem gebruikt in een strafrechtelijke procedure. Daarover beklaagde hij zich bij de toenmalige Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (“ECRM”), hetgeen uiteindelijk leidde tot een uitspraak van het EHRM.2 In dat arrest heeft het EHRM, kort gezegd, beslist dat een in een administratief onderzoek afgelegde verklaring niet in een strafprocedure tegen de betrokkene mag worden gebruikt als hij tot het afleggen van die verklaring verplicht was. Voor het antwoord op de vraag of een tot het verstrekken van inlichtingen verplichte persoon een verschoningsrecht toekomt, verwijs ik naar § 6.4.5. De vraag of in een strafprocedure gebruikgemaakt mag worden van het verslag van het onderzoek valt buiten de scope van mijn onderzoek.
De Witt Wijnen heeft ook nog de vraag opgeworpen of het nemo tenetur-beginsel niet ook in civilibus geldt.3 Daarmee bedoelt hij of iemand die als (partij)getuige wordt opgeroepen zich kan verschonen wegens het gevaar van een civielrechtelijke vervolging. Naar mijn mening moet die vraag evident ontkennend worden beantwoord. Dat geldt zowel voor een getuigenverhoor in een civiele procedure4 als voor het geven van inlichtingen door een daartoe verplichte persoon in de enquêteprocedure.5 Dat neemt niet weg dat het risico dat een verklaring tegen hem kan worden gebruikt, een persoon die tot het verstrekken van inlichtingen is verplicht wel degelijk terughoudend kan maken om zonder voorbehoud aan het onderzoek mee te werken.6