Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.12.3
7.4.12.3 De wijze waarop de onderzoekers aan het beginsel van hoor en wederhoor invulling kunnen geven
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459084:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook de toelichting op Aandachtspunt 3.5, eerste gedachtestreepje.
Zie § 7.6.3.
Vgl. artikel 198 lid 2 Rv.
Zie de toelichting op Aandachtspunt 3.5, vierde gedachtestreepje. Zie § 7.4.9.3.
Zie § 9.4.2.2.
Zie de toelichting op Aandachtspunt 3.5, tweede gedachtestreepje. Zie verder § 6.4.7 en § 7.6.6.1.
Zie § 7.6.6.6.
Zie § 7.6.7.2.
Zie § 7.6.9.
De stukken die de onderzoekers hebben bestudeerd, behoren ook niet tot het procesdossier in de tweedefaseprocedure. Zie OK 1 september 1994, NJ 1995/519 (Maastrichtsche Zinkwitmaatschappij). Zie hierover De Witt Wijnen 1997, p. 95-107.
In § 7.6.9.4 ga ik op dit probleem verder in.
Zie § 7.5.8.6.
Vgl. paragraaf 5.2 Praktijkhandreiking persoonsgerichte onderzoeken voor Accountants-Administratieconsulenten/registeraccountants, besproken in § 7.3.2.5.
In de eerste plaats zullen de onderzoekers de betrokkenen bij de opzet van het onderzoek moeten betrekken.1 Daartoe behoren de onderzoekers het plan van aanpak aan de betrokkenen voor te leggen.2 Dit biedt de betrokkenen de mogelijkheid verzoeken met betrekking tot het onderzoek aan de onderzoekers te doen waarmee die rekening moeten houden. Als de onderzoekers bij nader inzien willen afwijken van het plan van aanpak, zullen zij die afwijking aan de betrokkenen moeten voorleggen. Ook in het verdere verloop van het onderzoek moeten de onderzoekers openstaan voor gemotiveerde verzoeken van betrokkenen.3 Zo zullen de onderzoekers rekening moeten houden met eventuele voorstellen tot het horen van bepaalde personen en tot het raadplegen van bepaalde documenten.4 Uiteraard is het niet zo dat de onderzoekers gehouden zijn aan elk verzoek gevolg te geven. Als zij dat niet doen, moeten zij echter wel kunnen verantwoorden waarom zij aan het desbetreffende verzoek geen gehoor hebben gegeven. De betrokkenen kunnen zich, als zij het daar niet mee eens zijn, tot de raadsheer-commissaris wenden, die de onderzoekers een aanwijzing kan geven.5
In de tweede plaats dienen de onderzoekers partijen ten aanzien van wie zij een hoorplicht hebben, te horen en hun daarbij de mogelijkheid te bieden hun visie te geven op de onderzoeksvragen6 Ten opzichte van andere partijen kunnen de onderzoekers vrijelijk beslissen of zij hun de gelegenheid willen bieden om tijdens een formeel gesprek hun visie te geven op de onderzoeksvragen. Alle personen die zijn gehoord hebben in beginsel de gelegenheid om het daarvan gemaakte gespreksverslag in te zien en daarover opmerkingen te maken.7
In de derde plaats kunnen partijen schriftelijk een zienswijze indienen. Dit biedt de mogelijkheid tot tegenspraak en is een wezenlijk middel om aan het verdedigingsbeginsel invulling te geven.8
In de vierde plaats moeten de onderzoekers bepaalde partijen de gelegenheid bieden opmerkingen te maken op het conceptverslag ten aanzien van wezenlijke bevindingen die op henzelf betrekking hebben.9
De toelichting op Aandachtspunt 3.5 geeft aan dat bij de toepassing van hoor en wederhoor onder meer kan worden gedacht aan het verlenen van toegang tot de administratie van de vennootschap aan degenen die gedurende het tijdvak waarop het onderzoek betrekking heeft deel uitmaakten van het bestuur of de raad van commissarissen of anderszins daarbij een rol hebben gespeeld, voor zover dit nodig is in het belang van het onderzoek met het oog op het beginsel van hoor en wederhoor. De toelichting voegt daaraan toe dat zich omstandigheden kunnen voordoen waardoor dit niet wenselijk is, bijvoorbeeld als er sprake is van koersgevoelige informatie. Met het uitgangspunt dat het wenselijk is dat de verwerende partijen toegang hebben tot de administratie van de rechtspersoon ben ik het op zich eens. Echter, de onderzoekers hebben wel toegang tot de administratie van de rechtspersoon, maar beschikken daar niet over.10 Om die reden kunnen zij dit niet zonder toestemming van de rechtspersoon regelen.11
Een subregel die met betrekking tot het deskundigenonderzoek in de civiele procedure uit het beginsel van hoor en wederhoor wordt afgeleid, is dat alle communicatie tussen deskundigen en partijen aan de wederpartij moet worden gezonden. Deze regel leent zich niet voor overeenkomstige toepassing in het onderzoek in de enquêteprocedure.12
Voor de goede orde merk ik op dat partijen het recht op hoor en wederhoor ook kunnen verwerken. De onderzoekers kunnen in het belang van een tijdige afronding van het onderzoek partijen een termijn stellen waarbinnen zij van het recht op hoor en wederhoor gebruik kunnen maken. Die termijn moet redelijk zijn, maar de ervaring leert dat partijen die het onderzoek willen laten vastlopen creatief zijn in het opwerpen van steeds nieuwe argumenten waarom zij niet kunnen reageren. De onderzoekers moeten het midden vinden tussen het meewerken aan gemotiveerde verzoeken om uitstel en het niet over zich heen laten lopen. Laten partijen een redelijke termijn om te reageren verstrijken, dan kunnen de onderzoekers verder gaan met het onderzoek.13