Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/253
Rijden onder invloed, art. 8 lid 2 onder a WVW 1994. Oplegging geldboete nadat eerder educatieve maatregel alcohol en verkeer, waarvan verdachte de kosten heeft moeten betalen, is opgelegd. 1. Verweer dat OM niet-ontvankelijk is in vervolging omdat verdachte dubbel wordt gestraft doordat voor EMA in rekening gebrachte kosten hoger zijn dan daadwerkelijk gemaakte kosten. Is er door oplegging van geldboete sprake van dubbele bestraffing? 2. Afwijzing van verzoek tot verrichten van (nader) onderzoek naar kosten van EMA. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 20-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:71
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/02827
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:71, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1224, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑11‑2025
Essentie
Rijden onder invloed, art. 8 lid 2 onder a WVW 1994. Oplegging geldboete nadat eerder educatieve maatregel alcohol en verkeer, waarvan verdachte de kosten heeft moeten betalen, is opgelegd. 1. Verweer dat OM niet-ontvankelijk is in vervolging omdat verdachte dubbel wordt gestraft doordat voor EMA in rekening gebrachte kosten hoger zijn dan daadwerkelijk gemaakte kosten. Is er door oplegging van geldboete sprake van dubbele bestraffing? 2. Afwijzing van verzoek tot verrichten van (nader) onderzoek naar kosten van EMA. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02827 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.