RvdW 2026/261:Opzettelijk vervoeren van bijna 12 kilogram heroïne (art. 2 onder B Opiumwet). Vrijspraak in eerste aanleg na bewijsuitsluiting vanwege onrechtmatige doorzoeking van auto. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting wegens onrechtmatige doorzoeking van auto, art. 359a Sv. Kon hof volstaan met strafvermindering? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft onherstelbaar vormverzuim aangenomen en dat langs lat van art. 359a Sv gelegd. In dat verband heeft hof vastgesteld dat sprake is van onwenselijke en niet gerechtvaardigde inbreuk op persoonlijke levenssfeer, waardoor verdachte beperkt nadeel heeft ondervonden. Vervolgens heeft hof strafvermindering geschikt gevonden als compensatie voor ondervonden nadeel. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat met strafvermindering kon worden volstaan aangezien onrechtmatige doorzoeking van auto niet tot gevolg heeft dat recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM is geschonden en ook geen sprake is van zodanig ernstige schending van ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dan recht op eerlijk proces (waaronder recht op bescherming van persoonlijke levenssfeer a.b.i. art. 8 EVRM) dat bewijsuitsluiting noodzakelijk is. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en niet ontoereikend gemotiveerd. Hieraan doet niet af dat Rb in e.a. tot ander oordeel is gekomen. Volgt verwerping.