RvdW 2026/259:Schuldwitwassen van auto door tenaamstelling auto afkomstig uit faillissementsfraude, art. 420quater lid 1 onder b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten m.b.t. witwashandelingen t.a.v. auto. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof is van oordeel dat verdachte de auto heeft verworven en voorhanden gehad doordat zij deze op haar naam heeft laten zetten. Tenaamstelling van voertuig brengt nog niet mee dat degene op wiens naam dit voertuig staat, feitelijke beschikkingsmacht hierover heeft. ’s Hofs oordeel is daarmee ontoereikend gemotiveerd. Dit tast echter bewezenverklaring niet aan, nu ook is bewezenverklaard dat verdachte heeft verhuld wie rechthebbende op een of meer van bewezenverklaarde voorwerpen was, terwijl uit bewijsvoering blijkt dat verdachte op verzoek van haar vader (i.v.m. diens faillissement) de auto op haar naam heeft laten zetten, waarmee is verhuld wie rechthebbende op dit voertuig was (te weten haar vader). Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2026/255, RvdW 2026/256, RvdW 2026/257 en RvdW 2026/258.