RvdW 2024/1120:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen onttrekking aan gezag van zijn 12-jarige dochter door haar zonder toestemming van jeugdbescherming mee te nemen naar buitenland (art. 279 lid 1 Sr) en mishandeling van zijn dochter (art. 304 lid 1 onder 1 jo. art. 300 lid 1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur aan cassatieschriftuur gehecht. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op de aan cassatieschriftuur gehechte grieven, die dag vóór rolzitting in h.b. per e-mail via ‘zivver’ (veilig mailen) zijn ingediend en zijn ontvangen in mailbox van hof? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit e-mailbericht van bestuurslid hof, daarbij gevoegde correspondentie en met cassatieschriftuur meegezonden stukken volgt dat tijdig via ‘zivver’ grieven zijn ingediend die zijn ontvangen in mailbox die destijds gebruikt kon worden om schrifturen in te dienen. Een en ander geeft grond voor (minst genomen) ernstig vermoeden dat namens verdachte voorafgaand aan onderzoek ttz. een schriftuur houdende grieven is ingediend. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2024/1118 en RvdW 2024/1119.