RvdW 2024/1134:Eendaadse samenloop van wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg (art. 180 jo. art. 181 lid 1 Sr) en mishandeling van ambtenaar (art. 300 lid 1 jo. art. 304 lid 1 onder 3 Sr). Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 437 lid 2 Sv. Schriftuur te laat. Is aanzegging in cassatie rechtsgeldig betekend, nu niet blijkt dat aanzegging is uitgereikt aan autoriteit van welke zij is uitgegaan en dat afschrift van aanzegging is verzonden naar adres van verdachte a.b.i. art. 36e lid 2 sub b Sv? HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep niet in behandeling nemen. CAG: Uit akte van uitreiking bij aanzegging blijkt dat tevergeefs is geprobeerd aanzegging aan verdachte uit te reiken op zijn BRP-adres. Uit tweede akte van uitreiking, die door vergissing pas aan raadsman is toegezonden nadat hij schriftuur had ingediend, blijkt dat aanzegging o.g.v. art. 36e lid 2 sub b Sv is uitgereikt aan medewerker van parket P-G HR. Ook blijkt daaruit dat afschrift van aanzegging is verzonden naar BRP-adres van verdachte. Dat wat raadsman heeft aangevoerd over niet rechtsgeldige betekening van aanzegging mist daarmee feitelijke grondslag. Nu betekening van aanzegging rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, waarbij ook voldoende inspanningen zijn verricht om ervoor te zorgen dat aanzegging de verdachte daadwerkelijk bereikt, maar namens verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend binnen de in art. 437 lid 2 Sv bedoelde termijn, kan verdachte niet worden ontvangen in zijn beroep. Verdachte n-o.