Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1114
Mishandeling van zijn broer, art. 300 lid 1 Sr. Noodweer bij delict met wederrechtelijkheid als (impliciet) bestanddeel, art. 41 lid 1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 29 maart 2022, NJ 2022/178, m.nt. A.J. Machielse over beoordeling van feitelijke grondslag van beroep op noodweer. Ook als wederrechtelijkheid (impliciet) bestanddeel is van delict, zoals bij ‘mishandeling’ a.b.i. art. 300 Sr (vgl. HR 28 september 2021, NJ 2021/371, m.nt. N. Jörg), vindt beoordeling van feitelijke grondslag van beroep op noodweer op die wijze plaats. Als tll. is toegesneden op mishandeling, is het aan OM bewijs aan te dragen van tlgd. gedraging waaruit mishandeling heeft bestaan. Als rechter o.g.v. dat bewijs oordeelt dat tlgd. gedraging is bewezen, is in beginsel wederrechtelijkheid daarvan komen vast te staan. Ook in deze situatie is van belang dat (i) last tot aannemelijk maken van feitelijke grondslag van beroep op noodweer niet uitsluitend op verdachte mag worden gelegd en (ii) aan oordeel dat gestelde feitelijke grondslag voldoende aannemelijk is geworden enige onzekerheid over precieze feitelijke toedracht niet in de weg staat. V.zv. middel (mede met beroep op onschuldpresumptie) uitgaat van andere opvatting over beoordeling van feitelijke grondslag van beroep op noodweer, is het tevergeefs voorgesteld. Hof heeft geoordeeld dat door verdachte geschetste feitelijke toedracht (verdachte maakte afwerende beweging omdat hij dacht dat zijn broer hem zou slaan, waarbij verdachte onbedoeld gezicht van broer heeft geraakt) niet aannemelijk is geworden. Hof heeft beroep op noodweer beoordeeld met toepassing van juiste maatstaf. ’s Hofs oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
HR 12-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1633
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
22/01532
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1633, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:876, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑09‑2024
Essentie
Mishandeling van zijn broer, art. 300 lid 1 Sr. Noodweer bij delict met wederrechtelijkheid als (impliciet) bestanddeel, art. 41 lid 1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 29 maart 2022, NJ 2022/178, m.nt. A.J. Machielse over beoordeling van feitelijke grondslag van beroep op noodweer. Ook als wederrechtelijkheid (impliciet) bestanddeel is van delict, zoals bij ‘mishandeling’ a.b.i. art. 300 Sr (vgl. HR 28 september 2021, NJ 2021/371, m.nt. N. Jörg), vindt beoordeling van feitelijke grondslag van beroep op noodweer op die wijze plaats. Als tll. is toegesneden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.