Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1137
Profijtontneming, w.v.v. uit illegale vogelhandel, waaronder uit in de strafzaak niet tlgd. onderhandse verkoop van vogels, art. 36e lid 2 Sr. Economische zaak. Zijn er ‘voldoende aanwijzingen’ dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit onderhandse verkoop? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 29 september 2020, NJ 2021/46, m.nt. J.M. Reijntjes en HR 12 oktober 2021, RvdW 2021/1029, m.b.t. eisen aan vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door betrokkene zijn begaan a.b.i. art. 36e lid 2 Sr. Hof heeft overwogen dat ‘betrokkene onderhands in zijn winkel vogels heeft verkocht’. Daarin ligt als ’s hofs oordeel besloten dat buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat betrokkene een ander strafbaar feit heeft begaan dan in strafzaak is bewezenverklaard. Voldoende aanwijzingen dat betrokkene dit feit heeft begaan, kunnen echter niet zonder meer worden afgeleid uit de door hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden. Gelet hierop is ’s hofs oordeel ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 12-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1514
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/01688 P
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1514, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:931, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑09‑2024
Essentie
Profijtontneming, w.v.v. uit illegale vogelhandel, waaronder uit in de strafzaak niet tlgd. onderhandse verkoop van vogels, art. 36e lid 2 Sr. Economische zaak. Zijn er ‘voldoende aanwijzingen’ dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit onderhandse verkoop? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 29 september 2020, NJ 2021/46, m.nt. J.M. Reijntjes en HR 12 oktober 2021, RvdW 2021/1029, m.b.t. eisen aan vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door betrokkene zijn begaan a.b.i. art. 36e lid 2 Sr. Hof heeft overwogen dat ‘betrokkene onderhands in zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.