RvdW 2021/468:Medeplegen diefstal met braak, art. 311 Sr. Middelen over 1. afwijking uos m.b.t. daderschap verdachte, 2. overschrijding redelijke termijn in h.b. en 3. omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD2578 m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn in e.a. en h.b., de vraag welk rechtsgevolg daaraan dient te worden verbonden en de beperkte toets in cassatie m.b.t. oordeel feitenrechter. Mede gelet hierop is ’s hofs oordeel dat — in aanmerking genomen het gehonoreerde aanhoudingsverzoek van de verdediging — overschrijding redelijke termijn in h.b. geen aanleiding geeft tot strafvermindering, niet onbegrijpelijk. Ad 3. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.