Einde inhoudsopgave
RvdW 2021/469
Hennepteelt in de uitoefening van beroep of bedrijf (art. 3 onder B jo. art. 11 lid 3 Opiumwet), medeplegen van diefstal d.m.v. verbreking (art. 311 lid 1 sub 5 Sr) en voorhanden hebben van wapens en munitie (artt. 26 lid 1 en 13 lid 1 WWM). Klachten over 1. verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting, 2. strafmotivering, 3. oordeel hof dat verdachte heeft gehandeld in uitoefening beroep of bedrijf en 4. verwerping preliminair verweer strekkende tot nietigverklaring inleidende dagvaarding bij rechtbank. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met 19/02993.
HR 13-04-2021, ECLI:NL:HR:2021:562
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 april 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, C. Caminada
- Zaaknummer
19/02989
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:562, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑04‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:374, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑03‑2021
Essentie
Hennepteelt in de uitoefening van beroep of bedrijf (art. 3 onder B jo. art. 11 lid 3 Opiumwet), medeplegen van diefstal d.m.v. verbreking (art. 311 lid 1 sub 5 Sr) en voorhanden hebben van wapens en munitie (artt. 26 lid 1 en 13 lid 1 WWM). Klachten over 1. verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting, 2. strafmotivering, 3. oordeel hof dat verdachte heeft gehandeld in uitoefening beroep of bedrijf en 4. verwerping preliminair verweer strekkende tot nietigverklaring inleidende dagvaarding bij rechtbank. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.