Einde inhoudsopgave
RvdW 2021/436
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Tijdigheid van verzet tegen verstekvonnis. Vermoeden van daad van bekendheid van veroordeelde door handelwijze van diens advocaat buiten rechte (art. 143 lid 2 Rv)?
HR 09-04-2021, ECLI:NL:HR:2021:529
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 april 2021
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
20/00002
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:529, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑04‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1086, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑11‑2020
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00002
Datum 9 april 2021
ARREST
In de zaak van [eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, hierna: [eiseres], advocaat: M.E. Bruning,
tegen
de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [betrokkene 1], bij leven wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, hierna: de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1], niet verschenen.