Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.9.1:7.4.9.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.4.9.1
7.4.9.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456655:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 7.3.4.4.
Zie § 7.3.3.2.
Zie § 7.3.3.3.
Een voorbeeld van een enquête waarin na de terinzagelegging van het verslag voor eenieder een schikking is getroffen, zonder dat een tweedefaseprocedure is gevoerd, is de Unilever-zaak.
Zie ook Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 42; EHRM 21 september 1994, NJ 1995/ 463 (Fayed v. Verenigd Koninkrijk), § 79.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek dient ter voorbereiding van de tweedefaseprocedure, waarin de Ondernemingskamer burgerlijke rechten en verplichtingen van partijen vaststelt, en speelt daarin een belangrijke rol omdat de Ondernemingskamer de bevindingen van de onderzoekers vaak overneemt en omdat, naar de huidige stand van de jurisprudentie, partijen geen recht hebben op het leveren van tegenbewijs tegen de bevindingen van de onderzoekers.1 De procedure als geheel moet voldoen aan de eisen van artikel 6 lid 1 EVRM, dat indirect ook de wijze normeert waarop de onderzoekers het onderzoek moeten uitvoeren.2
Ook als het niet tot een tweedefaseprocedure mocht komen, is het door de onderzoekers op te stellen verslag van het onderzoek van groot belang.3 Het verslag kan namelijk (als het ter inzage is gelegd voor eenieder of met machtiging van de voorzitter van de Ondernemingskamer) in een andere procedure in het geding worden gebracht, of de rechtspersoon of zijn (voormalige) bestuurders of commissarissen nopen een schikking aan te gaan, mogelijk op onereuze voorwaarden.4 Verder heeft het verslag een potentieel defamerende werking voor betrokkenen die daarin kritisch worden besproken. Dat risico speelt vooral als het verslag voor eenieder ter inzage is gelegd. Om deze redenen is het een beginsel van behoorlijk onderzoek dat de onderzoekers partijen bij het onderzoek betrekken.5
In het navolgende bespreek ik eerst wie in dit verband kunnen worden beschouwd als ‘partijen bij het onderzoek’ en of de partijen in gelijke mate bij het onderzoek moeten worden betrokken. In de daaropvolgende paragrafen zal ik uiteenzetten in welk opzicht de onderzoekers alle partijen bij het onderzoek op eenzelfde wijze moeten betrekken, waar zij tussen partijen mogen differentiëren en bij welke onderdelen van het onderzoek zij partijen niet behoeven te betrekken. Bij dit alles moet telkens in het achterhoofd worden gehouden dat de onderzoekers in beginsel de vrijheid hebben het onderzoek in te richten zoals zij dat wensen.