Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/4.3.3.3:4.3.3.3 De vorm van de bevoegdheid
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/4.3.3.3
4.3.3.3 De vorm van de bevoegdheid
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS591084:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Anders, maar daarbij kan een rol spelen dat de zaak is gewezen onder het oude recht, Rb. Haarlem (pres.), 10 oktober 1986, KG 1986/475.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
111. De vrijheid om overeenkomsten aan te gaan is niet beperkt tot de eigen zaken. Het beginsel van partijautonomie in het contractenrecht brengt mee dat eenieder vrij is om binnen de grenzen van de wet, openbare orde en goede zeden overeenkomsten te sluiten. De bevoegdheid van de schuldenaar om de overeenkomst aan te gaan hoeft niet expliciet door de ouder gerechtigde aan hem te zijn toebedeeld. Het al of niet bestaan van een bevoegdheid van de schuldenaar jegens de ouder gerechtigde tot het aangaan van de overeenkomst kan zich manifesteren op verschillende manieren. Er kan sprake zijn van een uitdrukkelijk of stilzwijgend verbod, of een uitdrukkelijke of stilzwijgende instemming tot het aangaan van de overeenkomst. Het is in ieder geval niet zo dat de schuldenaar per definitie alleen bevoegd is, indien hij toestemming heeft van de ouder gerechtigde.1