RvdW 2026/252:Medeplegen aanwezig hebben van cocaïne en heroïne (art. 2 onder C Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen t.a.v. productie van cocaïne en heroïne (art. 10a lid 1 onder 3 Opiumwet) en medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26 lid 1 WWM) in pand in Rotterdam. Inhoud van p-v van tz. in hoger beroep, art. 326 Sv. Is onderzoek ttz. in h.b. onvolledig, nu uit pleitnota blijkt dat méér naar voren is gebracht dan in p-v van tz. is vermeld? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/251.