Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/252
Medeplegen aanwezig hebben van cocaïne en heroïne (art. 2 onder C Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen t.a.v. productie van cocaïne en heroïne (art. 10a lid 1 onder 3 Opiumwet) en medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26 lid 1 WWM) in pand in Rotterdam. Inhoud van p-v van tz. in hoger beroep, art. 326 Sv. Is onderzoek ttz. in h.b. onvolledig, nu uit pleitnota blijkt dat méér naar voren is gebracht dan in p-v van tz. is vermeld? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/251.
HR 20-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:70
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
23/02613
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:70, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1221, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑11‑2025
Essentie
Medeplegen aanwezig hebben van cocaïne en heroïne (art. 2 onder C Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen t.a.v. productie van cocaïne en heroïne (art. 10a lid 1 onder 3 Opiumwet) en medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26 lid 1 WWM) in pand in Rotterdam. Inhoud van p-v van tz. in hoger beroep, art. 326 Sv. Is onderzoek ttz. in h.b. onvolledig, nu uit pleitnota blijkt dat méér naar voren is gebracht dan in p-v van tz. is vermeld? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.