Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.1.2:6.1.2 Onderzoekers de bevoegdheid toekennen onmiddellijke voorzieningen te verzoeken?
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/6.1.2
6.1.2 Onderzoekers de bevoegdheid toekennen onmiddellijke voorzieningen te verzoeken?
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS451852:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Kluiver 2010, p. 240; Den Boogert 2010, p. 197.
Vgl. bijvoorbeeld OK 28 oktober 2014, ARO 2014/147 (S&R Holding); OK 19 januari 2015, ARO 2015/66 (Phoenicia Hotel (Holding)).
Vgl. § 7.4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de literatuur is de vraag opgeworpen of het wenselijk zou zijn de onderzoekers de bevoegdheid toe te kennen onmiddellijke voorzieningen te verzoeken.1 Voor die gedachte valt wel iets te zeggen. Artikel 2:349a lid 2 BW geeft de Ondernemingskamer ook de bevoegdheid onmiddellijke voorzieningen te treffen, indien dit gelet op de belangen van de rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken vereist is in het belang van het onderzoek. Wie kunnen er nu beter beoordelen of het onderzoeksbelang vereist dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen dan de onderzoekers zelf? Waarom zouden zij niet de bevoegdheid moeten krijgen om de Ondernemingskamer te verzoeken onmiddellijke voorzieningen te treffen in het belang van het onderzoek?
Er is echter ook wel een aantal argumenten hiertegen aan te voeren. Ik betwijfel of de onderzoekers wel behoefte hebben aan deze bevoegdheid. Zij beschikken over een arsenaal aan bevoegdheden. De mogelijkheid om onmiddellijke voorzieningen te treffen heeft uitsluitend toegevoegde waarde als de onderzoekers door middel van een onmiddellijke voorziening iets zouden kunnen bereiken, dat zij met hun andere bevoegdheden niet zouden kunnen bereiken. Daarbij valt te denken aan het schorsen van een bestuurder die de uitvoering van het onderzoek tegenwerkt en de benoeming van een nieuwe bestuurder, of de benoeming van een bestuurder met doorslaggevende stem als de bestuurder niet wordt geschorst.2 Als de onderzoekers dat echter zouden verzoeken worden zij partij in het geschil, waardoor hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid in het geding komt.3 Althans, dat zal in de perceptie van de bestuurder die geschorst wordt of onder curatele wordt gesteld het geval zijn. Dat acht ik niet wenselijk. Het is ook niet nodig om de onderzoekers deze bevoegdheid te geven. Zij kunnen, mocht daartoe aanleiding zijn, in een tussentijds verslag melden dat het onderzoek stagneert omdat de bestuurder van de rechtspersoon niet meewerkt. Op basis daarvan kunnen de verzoekers of de in de procedure verschenen belanghebbenden de Ondernemingskamer verzoeken onmiddellijke voorzieningen te treffen om hem te schorsen of onder curatele te stellen. Dat is net zo effectief. Ik ben er dus geen voorstander van de onderzoekers de bevoegdheid te geven in het belang van het onderzoek de Ondernemingskamer te verzoeken onmiddellijke voorzieningen te treffen.