Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/694
Bedrieglijke bankbreuk, art. 341 (oud) en 344a lid 1 Sr. Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep door verdachte per e-mail gedaan en ttz. in h.b. door niet gemachtigde raadsman herhaald op de grond dat verdachte medische problemen (hartritmestoornissen) heeft, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging onder verwijzing naar ouderdom feiten, totale duur van procedure, eerdere aanhoudingen en omstandigheid dat raadsman geen indicatie kan geven wanneer verdachte wel in staat zou zijn om ttz. te verschijnen. HR: art. 81 lid 1 RO. Vervolg op RvdW 2018/1061.
HR 25-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:907
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/01061
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:907, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2024
Essentie
Bedrieglijke bankbreuk, art. 341 (oud) en 344a lid 1 Sr. Aanhoudingsverzoek voorafgaand aan tz. in hoger beroep door verdachte per e-mail gedaan en ttz. in h.b. door niet gemachtigde raadsman herhaald op de grond dat verdachte medische problemen (hartritmestoornissen) heeft, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging onder verwijzing naar ouderdom feiten, totale duur van procedure, eerdere aanhoudingen en omstandigheid dat raadsman geen indicatie kan geven wanneer verdachte wel in staat zou zijn om ttz. te verschijnen. HR: art. 81 lid 1 RO. Vervolg op RvdW 2018/1061.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.