Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/703
Voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van amfetamine en MDMA, art. 10a Opiumwet. Bewijsklacht huur van bedrijfspand/opslagruimte. Kunnen onroerende zaken worden aangemerkt als ‘voorwerpen’ a.b.i. art. 10a Opiumwet? Om redenen vermeld in NJ 2024/216 leidt middel niet tot cassatie. Volgt verwerping.
HR 25-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:852
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/01310
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:852, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:402, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑04‑2024
Essentie
Voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van amfetamine en MDMA, art. 10a Opiumwet. Bewijsklacht huur van bedrijfspand/opslagruimte. Kunnen onroerende zaken worden aangemerkt als ‘voorwerpen’ a.b.i. art. 10a Opiumwet? Om redenen vermeld in NJ 2024/216 leidt middel niet tot cassatie. Volgt verwerping.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01310
Datum 25 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 maart 2023, nummer 20-000435-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.