RvdW 2024/697:Medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt (art. 3B jo. 11 lid 3 Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij (art. 311 lid 1 onder 5 Sr). Bewijsklacht diefstal (als pleger) van elektriciteit. HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2021/347, m.nt. W.H. Vellinga, inhoudende dat diefstal van elektriciteit bij hennepkwekerij zelfstandige aandacht verdient in bewijsvoering nu betrokkenheid bij hennepteelt op zichzelf niet meebrengt dat verdachte zich ook schuldig maakt aan opzettelijk wegnemen van daarbij gebruikte elektriciteit. Bewezenverklaring kan, v.zv. die bewezenverklaring inhoudt dat verdachte (als pleger) (met verbreking) elektriciteit heeft weggenomen, niet zonder meer uit bewijsvoering worden afgeleid. Vaststellingen van hof over rol van verdachte bij bewezenverklaard medeplegen van telen van hennepplanten en op de hoogte moeten zijn geweest van ‘illegale elektriciteitsaftakking’ zijn daarvoor niet toereikend, terwijl daarnaast van belang is dat hof heeft vastgesteld dat bij kwekerij naast verdachte ook meerdere andere (onbekend gebleven) personen waren betrokken. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.