RvdW 2024/696:Rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9 lid 5 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit bewijsvoering, waarin hof heeft betrokken dat verdachte niet heeft ontkend dat hij wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, volgen dat verdachte ‘wist’ dat geldigheid van zijn rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst? Om tot bewezenverklaring van een o.g.v. art. 9 lid 5 WVW 1994 toegesneden tll. te komen, moet uit bewijsvoering o.m. kunnen worden afgeleid dat verdachte t.t.v. besturen van motorrijtuig ‘wist of redelijkerwijs moest weten’ dat geldigheid van zijn rijbewijs is geschorst voor een of meer categorieën van motorrijtuigen. Uit bewijsvoering kan niet volgen dat verdachte op 23 april 2019 ‘wist’ dat geldigheid van zijn rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst. Dat (zoals hof in zijn overwegingen heeft betrokken) verdachte niet heeft ontkend dat hij wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, volstaat daarvoor niet. Bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met NJ 2024/214.