Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/239
Caribische zaak. Procesrecht. Kort geding inzake opheffing beslag. Instellen rechtsmiddel; subjectieve cumulatie. Voeging; belang gevoegde partij bij hoger beroep? Proceskostenveroordeling; concordantiebeginsel.
HR 23-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:95
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/04005
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Staatsrecht / Staatsinrichting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:95, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1138, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑10‑2024
- Wetingang
Art. 3:303 BW Aruba; art. 260 Rv Aruba; art. 281b Rv Curaçao; art. 281b Rv St. Maarten; art. 281b Rv Bonaire, St. Eustatius en Saba
Essentie
Caribische zaak. Procesrecht. Kort geding inzake opheffing beslag. Instellen rechtsmiddel; subjectieve cumulatie. Voeging; belang gevoegde partij bij hoger beroep? Proceskostenveroordeling; concordantiebeginsel.
Samenvatting
Of en voor wie een rechtsmiddel openstaat en ten opzichte van welke partijen een rechtsmiddel en de daarop gedane uitspraak werking kunnen hebben, staat niet ter vrije bepaling van partijen. De daarvoor geldende regels zijn van openbare orde. Zij moeten daarom door de rechter zo nodig ambtshalve worden toegepast (HR 2 oktober 2020, NJ 2023/208, m.nt. H.B. Krans). Hoger beroep kan alleen worden ingesteld door en tegen degenen die in eerste aanleg partij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.