Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/6.4.1
6.4.1 Uitgifte van aandelen of obligaties
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS497489:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 2:96 lid 1 BW.
Zie bijvoorbeeld Adviescommissie Fondsenreglement 22 augustus 2002, JOR 2002/207 (De Vries Robbé Groep NV); Rb. Rotterdam 11 oktober 2005, JOR 2005/300 m.nt. H.M. Vletter-van Dort (LsoTis/AFM).
Zie voor het vonnis in eerste aanleg: Rb. Amsterdam 3 december 2004, JOR 2005/13 m.nt. R. Ortlep.
Zie HR 27 juni 1995, NJ 1995, 662 m.nt. T. Schalken (HCS).
Zie Bijlage XVII (Informatieplicht bij onderhandse aandelenemissies) bij hoofdstuk A — 2.7 van Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book II). Deze bijlage maakte voor 1 oktober 2005 onderdeel uit van het Fondsenreglement. Ik vermeld hier nog dat ingeval de uitgifte van (certificaten van) aandelen, bezien over een periode van twaalf maanden, 10% of meer vertegenwoordigt van het aantal (certificaten van) aandelen van dezelfde categorie of klasse die reeds zijn toegelaten tot de handel op dezelfde gereglementeerde markt in Nederland eerst een prospectus gepubliceerd zal dienen te worden (art. 5:4 onderdeel a j° art. 5:2 Wft).
Volgens Bijlage XVII dient de publieke mededeling minimaal in te houden: (a) de naam van de uitgevende instelling, (b) de omvang van de plaatsing, (c) de wijze van prijsvaststelling, (d) de wijze van plaatsing en (e) de omstandigheid of tegen de beurskoers geplaatst wordt of met een discount.
Zie de adviezen van de Adviescommissie Fondsenreglement van 27 februari 2002 (Landis Group N.V.), 29 april 2002, JOR 2002/118 m.nt. C.M. Grundmann-van de Krol (AND Publishers N.V) en 22 augustus 2002, JOR 2002/207 (De Vries Robbé Groep N. V).
Het nemen van een besluit tot uitgifte van aandelen door het daartoe bevoegde orgaan van de uitgevende instelling — te weten de algemene vergadering dan wel het bestuur krachtens aanwijzing door de algemene vergadering1 — zal een koersgevoelige gebeurtenis zijn.2 De vaststelling van de aan uitgifte van aandelen verbonden voorwaarden, dat wil zeggen: de wijze van uitgifte, de omvang van de kapitaalmarkttransactie en de koers van uitgifte, zal eveneens koersgevoelige informatie kunnen opleveren.
Het koersgevoelige karakter van deze informatie blijkt uit een arrest van het Hof Amsterdam van 1 maart 2007, JOR 2008/199 m.nt. F.G.H. Kristen (Landis).3 In deze zaak had de verdachte kort voor de aankondiging door Landis Group N.V. van een onderhandse uitgifte van 4 miljoen aandelen tegen € 6 per aandeel diverse transacties in aandelen van dit (inmiddels gefailleerde) fonds verricht voor rekening van o.m. de beleggingsinstelling waaraan verdachte als bestuurder was verbonden. Het Hof oordeelde dat (a) de datum van de emissie, (b) de koers van de emissie, (c) de omvang van de emissie, (d) het onderhandse karakter van de emissie en (f) de (aard van de) deelnemers in de emissie als koersgevoelige informatie als bedoeld in art. 46 lid 2 Wte 1995 (oud) moest worden aangemerkt. Daartoe overwoog het Hof: "Openbaarmaking van deze gegevens had naar 's hofs oordeel significante invloed kunnen hebben op de koers van de betreffende aandelen, aangezien (naar op grond van ervaring mag worden aangenomen) een redelijk oordelende belegger deze gegevens — in onderlinge samenhang beschouwd — van voldoende belang zou hebben gevonden een transactie te overwegen." Volgens het Hof deed daaraan niet af dat Landis Group N.V. reeds eerder door middel van een persbericht ruchtbaarheid had gegeven aan het voornemen een andere onderneming over te nemen en deze overname te betalen met aandelen. Geen van de hiervoor genoemde bijzonderheden was daarmee immers openbaar gemaakt.
In de befaamde HCS-zaak heeft het Hof 's-Gravenhage, na een verwijzing door de Hoge Raad,4 verdachte bij arrest van 8 maart 1996 (n.g.) vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. De kern van de tenlastelegging was dat de verdachte ten tijde van het opgeven aan zijn commissionair van omvangrijke verkooporders in het fonds HCS Technology N.V. op de hoogte zou zijn geweest van bepaalde modaliteiten van een reddingsoperatie van dit (inmiddels eveneens gefailleerde) fonds. De belangrijkste modaliteit was de afspraak tussen de deelnemers aan de reddingsoperatie van HCS om een aantal dagen na de gehouden bijeenkomst op basis van de verdere ontwikkelingen op de beurs een beslissing te nemen over de emissiemodaliteiten, d.w.z. een openbare (al dan niet met een claim) of onderhandse emissie en over de emissiekoers. Vrijspraak volgde in deze zaak omdat de vraag of openbaarmaking van de desbetreffende feiten en omstandigheden, indien deze al bewezen zouden kunnen worden, naar redelijkerwijs te verwachten is invloed zal hebben op de koers van het aandeel HCS, niet bevestigend kon worden beantwoord. Bij de beantwoording van deze vraag was essentieel dat HCS Technology N.V. voorafgaand aan hervatting van de handel in het fonds een persbericht had gepubliceerd waarin de volgende twee zinnen voorkwamen: "De modaliteiten van de emissie vormen nog onderwerp van overleg. Hierover zullen op korte termijn nadere mededelingen worden gedaan." Dit bracht de verdediging van de verdachte waartoe schrijver dezes behoorde — ertoe te stellen dat zelfs de portier van de Amsterdamse Effectenbeurs aldus begreep dat de markt eerst de nieuwe berichten over de reddingsoperatie moest verwerken alvorens de emissiemodaliteiten definitief konden worden vastgesteld. Onder die omstandigheden kan die niet-openbare informatie bezwaarlijk als voorwetenschap aangemerkt worden.
Bijzondere informatieverplichtingen gelden bij onderhandse aandelenemissies.5 Als uitgangspunt geldt daarbij dat de markt geïnformeerd dient te zijn over de essentiële modaliteiten van de voorgenomen kapitaalmarkttransactie. De Commissaris voor de Notering dient voorafgaand aan een onderhandse aandelenemissie geïnformeerd te worden. De Commissaris voor de Notering kan vervolgens op grond van de omstandigheden van het geval beslissen dat, en op welk tijdstip, een publieke mededeling zal worden gedaan. Indien het benaderen van marktpartijen en/ of de plaatsingsoperatie gedurende de handelsuren van het desbetreffende fonds plaatsvinden, dient hierover een publieke mededeling tevoren te worden gedaan.6 Ingeval de benadering van beleggers en de gehele plaatsingsoperatie worden uitgevoerd buiten de handelsuren van het fonds, dient de informatie omtrent de verrichte transacties tijdig op de eerstvolgende beursdag voorbeurs te worden gepubliceerd.
In een aantal uitspraken heeft de Adviescommissie Fondsenreglement de directie van Euronext Amsterdam geadviseerd een (ernstige) schriftelijke waarschuwing te geven wegens overtreding van deze bijzondere informatieverplichting.7 Tijdige naleving daarvan achtte de Commissie "onmiskenbaar relevant voor het beleggend publiek".
Ook het besluit van de uitgevende instelling om obligaties uit te geven, kan een koersgevoelige omstandigheid zijn. Hetzelfde geldt voor de vaststelling van de modaliteiten van de uitgifte.