Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.2.1:3.2.1 Inleiding
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.2.1
3.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455481:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 223 lid 1 Rv (oud), zoals dit artikel luidde tot 1 april 1988.
Artikel 223 lid 2 Rv (oud), zoals dit artikel luidde tot 1 april 1988.
Rutgers, Flach & Boon 1988, p. 327.
Conclusie A-G Huydecoper voor HR 1 februari 2008, NJ 2008/84 (Borst/Kamphuis c.s.), nrs. 23-27.
De Groot 2008, p. 131; conclusie A-G Huydecoper voor HR 1 februari 2008, NJ 2008/84 (Borst/ Kamphuis c.s.), nr. 24.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 194 lid 2 Rv bepaalt dat de rechter, als hij een deskundigenbericht heeft bevolen, bij vonnis of latere beslissing, na overleg met partijen, een of meer deskundigen benoemt. Anders dan bij de benoeming van onderzoekers schrijft de wet dus overleg met partijen voor. Deze bepaling is ingevoerd bij de herziening van het bewijsrecht in 1988. Voordien hadden partijen zelfs een doorslaggevende invloed op de keuze van de persoon van de deskundige. Als de rechter had besloten om een deskundigenadvies in te winnen, was hij namelijk verplicht de deskundige te benoemen over wiens benoeming partijen het eens waren.1 In andere gevallen benoemde de rechter zelf een deskundige en mochten partijen in diens plaats samen een andere deskundige voorstellen.2 De wijziging in 1988 is door de wetgever niet anders toegelicht dan door het stellen van de retorische vraag: waarom de rechter te binden aan de door partijen aangewezen personen?3
De wet schrijft niet voor hoe het overleg met partijen moet plaatsvinden. Dit kan zowel mondeling zijn, tijdens een comparitie of pleidooi, als schriftelijk, bijvoorbeeld door middel van een akte na tussenvonnis. Als het overleg niet nodig of niet zinvol is, bijvoorbeeld omdat er geen twijfel kan bestaan wie als deskundige kan worden benoemd, kan het overleg achterwege worden gelaten.4
Indien de rechter de deskundigen zonder overleg met partijen benoemt, kunnen partijen daar niets aan doen. Artikel 194 lid 2, laatste volzin, Rv bepaalt uitdrukkelijk dat tegen de benoeming van de deskundige geen hogere voorziening openstaat. Het achterwege laten van overleg bij de benoeming is niet een zodanige schending van het beginsel van hoor en wederhoor dat het een doorbreking van het rechtsmiddelenverbod rechtvaardigt.5