Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.4.11:10.4.11 Aanbevelingen voor terinzagelegging
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.4.11
10.4.11 Aanbevelingen voor terinzagelegging
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453006:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de toelichting op Aandachtspunt 4.8 schrijft de Ondernemingskamer dat het de onderzoeker vrijstaat aanbevelingen te doen omtrent het antwoord op de vraag of het wenselijk is, dat het rapport of delen daarvan en/of (een deel van) de bijlagen ter inzage worden gelegd voor “belanghebbenden” (dat hoeven niet steeds de in de eerste fase verschenen belanghebbenden te zijn) dan wel voor “een ieder”. In de huidige praktijk, waarbij de Ondernemingskamer het verslag, uitzonderingen daargelaten, ter inzage legt voor ‘belanghebbenden’, zie ik nauwelijks een taak voor de onderzoekers. Meestal is wel duidelijk of de Ondernemingskamer het verslag ter inzage zal leggen voor eenieder.1 In dat geval zal een aanbeveling van de onderzoekers vooral betrekking kunnen hebben op de vraag of de bijlagen bij het verslag voor eenieder ter inzage moeten worden gelegd. Ik meen dat de Ondernemingskamer haar bestaande beleid zou moeten wijzigen, en dat zij bij het ter inzage leggen van het verslag voor ‘belanghebbenden’ niet aan de griffier moet overlaten te bepalen wie dat zijn, maar dat zij in de beschikking waarin zij de terinzagelegging regelt, moet specificeren voor welke belanghebbenden het verslag ter inzage wordt gelegd.2 Als de Ondernemingskamer dat zou gaan doen, kan ik mij voorstellen dat zij een advies van de onderzoekers voor wie het verslag ter inzage zou moeten worden gelegd, op prijs zou stellen.