Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.4.7:10.4.7 Oordeel
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.4.7
10.4.7 Oordeel
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455419:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De onderzoekers kunnen niet volstaan met een vaststelling van de relevante feiten, maar zij zullen ook een oordeel moeten geven over het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon.1 Het is belangrijk dat de onderzoekers een duidelijk onderscheid maken tussen enerzijds de vaststelling van de feiten en anderzijds hun oordeel over die feiten.2 De onderzoekers zullen moeten motiveren hoe zij tot hun oordeel zijn gekomen.3 Wat de onderzoekers niet moeten doen, is het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon kwalificeren, dat wil zeggen zich uitspreken over de vraag of er al dan niet sprake van wanbeleid is geweest. Dat oordeel is aan de Ondernemingskamer.4 Een enkele keer schrijven de onderzoekers uitdrukkelijk in het verslag op dat zij zich hiervan onthouden.5 Dat lijkt mij verstandig in een situatie waarin de onderzoekers kunnen voorzien dat het verslag ter inzage zal worden gelegd voor eenieder. In dat geval moeten de onderzoekers er rekening mee houden dat het verslag wordt gelezen door personen die niet geverseerd zijn in het enquêterecht. Het is uiteraard niet nodig om de Ondernemingskamer hierop uitdrukkelijk te wijzen. Zij weet waarom onderzoekers zich van kwalificatie van het beleid van de rechtspersoon onthouden.