Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/1.6:1.6 Plan van behandeling
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/1.6
1.6 Plan van behandeling
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS583067:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit boek valt uiteen in vier delen. Het eerste deel is algemeen van aard en bestaat uit de hoofdstukken 1 tot en met 3. Hierin wordt het onderzoeksterrein in kaart gebracht (hoofdstuk 1 en 2) en wordt een tweetal fundamentele onderwerpen behandeld die aan de vraag naar de eventuele bindende werking van rechtersregelingen vooraf dienen te gaan: de rechterlijke onafhankelijkheid en de (staatsrechtelijke) verhouding tussen rechter en wetgever (hoofdstuk 3). De twee centrale delen corresponderen met de in § 1.5 genoemde grondslagen via welke de bindende werking van rechtersregelingen gefundeerd zou kunnen worden. In de eerste plaats is dit de in jurisprudentie van de Hoge Raad aanvaarde mogelijkheid dat een rechtersregeling 'recht' in de zin van art. 79 RO vormt (hoofdstuk 4 tot en met ó).1 In de tweede plaats is dit de mogelijkheid tot 'precedentwerking' van rechtersregelingen (hoofdstuk 7 en 8). Het laatste deel wordt gevormd door een afsluitend hoofdstuk, waarin het voorgaande wordt geëvalueerd en enige algemene conclusies en aanbevelingen worden geformuleerd (hoofdstuk 9).2
50