Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/1.3
1.3 Object van onderzoek: 'rechtersregelingen'
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS575961:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Bröring 1993, p. 185.
Zie bijv. Van der Meulen 1997, p. 293; Neerhof 1995, p. 227-228.
Zie bijv. Koenraad & Van der Meulen 2001, p. 369; Brenninkmeijer 2001b, p. 67-68.
Deze wordt onder meer gebruikt door Köhne 2000, hfst. 7.
Zie Martens 1997, p. 15; zie ook Martens & Ten Kate 2000, p. 1623. Regelgevende afspraken strekken volgens Martens tot het tot stand brengen van 'regels'; richtinggevende afspraken zijn niet bindend voor betrokkenen. Zie over de bruikbaarheid van dit onderscheid ook hierna.
Zie bijv. Neerhof 1996.
Zie daarover hoofdstuk 4, in het bijzonder § 4.3 tot en met § 4.6.
Martens 1997, p. 15.
Zie nader § 1.4.
De term is ontleend aan Snijders 2001, p. 16-17, die echter spreekt van 'collectieve rechtersregeling' (zie in gelijke zin Snijders, Ynzonides & Meijer 2002, nr. 26). Kortheidshalve, alsmede vanwege het feit dat een rechtersregeling, hoewel dit niet snel zal gebeuren, ook door één rechter kan worden vastgesteld (zie voor een voorbeeld van dit laatste HR 15 februari 2002, NJ 2002,197, waarin het onder meer ging om een 'liquidatietarief', vastgesteld door de President van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba) geef ik de voorkeur aan de enkele term 'rechtersregeling'.
Dit boek gaat, kort gezegd, over de resultaten van rechterlijke samenwerking die zijn neergelegd in algemene regelingen en afspraken, en met name over de vraag in hoeverre rechters aan dit soort regels gebonden (dienen te) zijn. Deze vraagstelling zal in de volgende paragraaf nader worden uitgewerkt en toegelicht; voorafgaand daaraan echter eerst iets over de te gebruiken terminologie.
Zoals uit de in de vorige paragraaf gegeven voorbeelden al blijkt, kunnen regelingen die door rechters zijn vastgesteld in de prakrijk onder uiteenlopende benamingen worden aangetroffen: aanbevelingen, richtlijnen, (alimentatie)nor-men, (rol)reglementen, en wat dies meer zij. Doorgaans is onduidelijk in hoeverre hiermee enig verschil in 'rechtsgevolg' wordt beoogd, laat staan wordt bereikt. Wat is immers - in juridisch opzicht - het verschil tussen een 'aanbeveling', een 'richtlijn', dan wel een 'reglement'? Het gaat bij dit soort termen (althans vooralsnog) geenszins om 'juridische' kwalificaties, waaraan het recht bepaalde rechtsgevolgen verbindt - anders dan bijvoorbeeld bij de beleidsregel in het bestuursrecht of de richtlijn in het EG-recht het geval is.
Hierbij komt dat de benaming van een zodanige regeling, noch de bedoeling van de makers daarvan, op zichzelf beslissend kunnen zijn voor de vraag of rechtens binding daaraan moet worden aangenomen. Dat wordt uiteindelijk door het recht zelf bepaald.1 Om verwarring op dit punt te voorkomen is het dus noodzakelijk in dit onderzoek één - neutraal - verzamelbegrip te hanteren, dat al deze rechterlijke regelingen omvat, maar dat niet reeds op voorhand een bepaalde vorm van binding suggereert. Dit laatste is nu juist de vraag die in het navolgende aan de orde zal komen.
Welke benaming verdient in dit verband dan de voorkeur? In de literatuur is tot dusver geen sprake van een eenduidige terminologie. Als verzamelnaam worden onder meer de termen 'rechterlijk beleid',2 dan wel 'rechterlijke beleidsregels'3 gehanteerd. Verder is de aanduiding 'rechterlijke afspraken' in zekere mate gangbaar,4 waarbij soms nog nader onderscheid wordt gemaakt tussen 'regelgevende' en 'richtinggevende' afspraken.5 Al deze termen bieden echter een onvoldoende scherpe omschrijving voor de hier bedoelde categorie regels, en zijn daarmee mijns inziens minder goed bruikbaar.
De term 'rechterlijk beleid' is te ruim, aangezien deze term ook beleid in de zin van (vaste) jurisprudentie kan omvatten.6 Het begrip 'rechterlijke beleidsregels' wekt mijns inziens een te sterke associatie met bestuurlijke beleidsregels. Ondanks het feit dat inderdaad belangrijke parallellen kunnen worden onderkend russen rechterlijke en bestuurlijke regelvorming,7 kan aan de hier te onderzoeken regels in elk geval niet op voorhand en in alle gevallen een soortgelijke werking worden toegekend als aan bestuurlijke beleidsregels.
De aanduiding 'rechterlijke afspraken' komt mij minder juist voor nu het bij de hier bedoelde regels zeker niet steeds gaat om echte afspraken tussen rechters onderling. Diverse regelingen zijn bijvoorbeeld afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) en zijn opgesteld door werkgroepen van rechters. Uiteraard is het de bedoeling van de opstellers dat de rechterlijke macht deze regelingen overneemt. Van (voorafgaande) instemming van alle betrokkenen is hierbij echter geen sprake, zodat bezwaarlijk gesproken kan worden van 'afspraken'.
Het feit dat de te onderzoeken regelingen lang niet altijd op afspraken berusten, impliceert reeds dat ook een onderscheid tussen 'regelgevende' en 'richtinggevende afspraken', zoals naar voren gebracht door Martens,8 mijns inziens niet zinvol is. Daar komt bij dat dit onderscheid ook in een ander opzicht niet geheel verhelderend werkt. Een rechterlijke afspraak (preciezer geformuleerd: een door rechters vastgestelde regeling) kan immers op meerdere manieren het karakter van een 'regel' hebben:
vanwege de bedoeling van de rechters die de afspraak gemaakt hebben. Beoogd kan bijvoorbeeld zijn een vergelijkbare binding tot stand te brengen als een 'echte' rechtsregel heeft.
vanwege de vormgeving of formulering ervan. Hierbij kunnen bijvoorbeeld de algemene strekking van een afspraak, of de mate waarin deze is uitgewerkt en er uitziet als een (wettelijke) regeling een rol spelen.
vanwege de juridische status van de afspraak (is deze rechtens bindend of niet?).
Hoewel deze aspecten wel onderling met elkaar (kunnen) samenhangen, dienen zij toch scherp onderscheiden te worden. Zoals ik al eerder opmerkte, is de bedoeling van de personen die een regeling hebben vastgesteld, op zichzelf nog niet beslissend voor de vraag of deze tot rechtsgevolgen (met name: binding) leidt. Hetzelfde geldt voor de formulering en benaming van een regeling. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat een afspraak die door de betrokkenen slechts als 'richtinggevend' bedoeld is, hen - hetzij van de aanvang af, hetzij na verloop van tijd - rechtens toch bindt.9 De begrippen 'regelgevende' en 'richtinggevende' afspraken dragen het gevaar van verwarring hieromtrent in zich, en zijn daarmee minder geschikt om te gebruiken in een onderzoek waarin juist de vraag naar de juridische binding aan dit soort regels centraal staat.
In heb er daarom voor gekozen in dit boek de term rechtersregeling10 te gebruiken ter aanduiding van het object van onderzoek. Onder een rechtersregeling versta ik een
op schrift gestelde algemene regel (dan wel een complex van zulke regels);
die is vastgesteld door een of meer rechters, anders dan in de vorm van een beslissing in een concrete zaak; en
die betrekking heeft op de invulling van een bepaalde vorm van beslissingsruimte die de rechter heeft ten aanzien van de behandeling of beslissing van zaken.
De term 'rechtersregeling' is slechts beschrijvend van aard, en is derhalve niet bedoeld als een kwalificatie waaraan rechtsgevolgen verbonden zijn, of zouden moeten zijn. Het enkele 'etiket' rechtersregeling impliceert dus nog geenszins dat de regeling (bijvoorbeeld) bindend is voor de rechter. De term dient vooral als eenduidig verzamelbegrip voor de te onderzoeken regels. Dit is te meer van belang nu de in de praktijk gebruikte benamingen, als gezegd, in veel gevallen rechtsgevolgen lijken te impliceren waarvan het nog maar de vraag is of deze eigenlijk wel aanwezig zijn. De term rechtersregeling is bovendien zodanig gedefinieerd, dat deze het gehele onderzoeksterrein, en ook niet meer dan dat, omvat. Met name de regels die door rechters in hun uitspraken kunnen worden neergelegd ('rechtspraakrecht'), vallen daarbuiten.