Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/1.5
1.5 Opzet en afbakening
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS583075:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 juni 1996 (De Nieuwe Woning/Staat), NJ 1997, 495 m.nt. HJS (herhaald in HR 4 april 1997 (Van Schaik/Verboom), NJ 1998, 220 m.nt. HJS).
Zie in deze zin Snijders 1997b, p. 1796-1797.
Zie hierover hoofstuk 7.
Zie bijv. Ten Berge e.a. 1996; Terlouw 2003.
Zie voor een bespreking van de belangrijkste rechtersregelingen hoofdstuk 2.
Zie hierover Martens 1997, p. 9-10 en p. 23; Köhne 2000, p. 151.
Zie voor de Civil Procedure Rules de 'Civil Procedure Act 1997'; zie voor de Federal Rules of Civil Procedure de 'Rules Enabling Act' (waarover nader Köhne 2000, p. 151-155 en Marcus 2003, p. 460-463).
Zie nader § 4.4.4.
Zoals eerder opgemerkt berusten rechtersregelingen niet op enige wetgevende bevoegdheid van rechters. Hun (eventuele) bindende werking laat zich dus niet direct uit de regeling zélf verklaren. Wel zijn twee andere wegen denkbaar, via welke een rechtersregeling een bepaalde juridische betekenis zou kunnen verkrijgen.
Een eerste mogelijke grondslag biedt het in 1996 gewezen 'rolrichtlijnen-arrest'.1 In dit arrest besliste de Hoge Raad dat het rolreglement van een rechtbank (een species van het genus rechtersregeling) onder bepaalde voorwaarden kan gelden als recht in de zin van art. 99 (oud, thans art. 79) RO. De Hoge Raad bepaalde voorts dat de rechter via de werking van algemene rechtsbeginselen aan een dergelijke regeling gebonden kan zijn.
Een tweede mogelijke grondslag kan gevonden worden door aan te knopen bij de precedentwerking van rechterlijke uitspraken.2 Vrij algemeen aanvaard lijkt immers tegenwoordig dat aan rechterlijke uitspraken (precedenten) in latere gevallen een zekere bindende werking toekomt.3 Voor rechtersregelingen zou hierbij aansluiting kunnen worden gezocht: wanneer rechters een bepaalde rechtersregeling in hun uitspraken toepassen (dan wel wanneer een rechtersregeling gebaseerd is op uitspraken die in het verleden reeds door rechters zijn gedaan), zou betoogd kunnen worden dat men hieraan vervolgens - hetzij direct, hetzij eerst na een reeks van uitspraken in dezelfde zin - gebonden is en de regeling in het vervolg niet zonder meer terzijde zal mogen stellen.
Het zijn deze twee grondslagen voor de juridische betekenis van rechtersregelingen die in het navolgende nader onderzocht zullen worden. Wie vragen stelt over rechterlijke samenwerking en rechtersregelingen raakt bovendien al snel aan fundamentele kwesties als de onafhankelijkheid van de (individuele) rechter en de staatsrechtelijke verhouding tussen rechter en wetgever, die wellicht grenzen stellen aan de mogelijkheden daartoe. Hoewel dit onderzoek niet primair staatsrechtelijk van aard is, zal daarom ook aandacht worden besteed aan deze onderwerpen.
Wat bevat dit boek niet? In de eerste plaats heb ik geen empirisch onderzoek gedaan naar het bestaan van rechtersregelingen, de wijze waarop dergelijke regelingen tot stand komen, enzovoorts. Dergelijk onderzoek is of wordt reeds door anderen verricht.4 Daarnaast zijn inmiddels voldoende gepubliceerde rechtersregelingen aanwezig om een onderzoek naar de juridische betekenis van deze regelingen op te kunnen baseren.5
Ook extern rechtsvergelijkend onderzoek vindt men in dit boek niet terug. De samenwerking tussen rechters lijkt namelijk in Nederland reeds (veel) verder te zijn voortgeschreden dan in andere Europese landen, waar nog weinig (gepubliceerde) rechtersregelingen kunnen worden aangetroffen.6 Belangrijke uitzonderingen hierop vormen de 'Civil Procedure Rules' in Engeland en de 'Federal Rules of Civil Procedure' in de Verenigde Staten. Voor beide producten van rechterlijke regelgeving geldt echter dat deze gebaseerd zijn op een daartoe uitdrukkelijk door de wetgever toegekende bevoegdheid.7 Daarmee zijn ze minder interessant als vergelijkingsmateriaal, omdat bij de vraag naar het rechtskarakter van rechtersregelingen in het Nederlandse recht nu juist een belangrijke rol speelt dat deze regelingen niet zijn gebaseerd op enige bevoegdheid tot regelgeving8
Tot slot zij opgemerkt dat het in dit boek met name gaat om (de juridische betekenis van) rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht. De taak van de rechter - mede bezien in zijn verhouding tot de wetgever - wordt in het burgerlijk recht immers (deels) anders ingekleurd dan in rechtsgebieden als het bestuursrecht, het strafrecht of het vreemdelingenrecht.