Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.7.4:1.7.4 Afbakening: wat valt buiten de scope van mijn onderzoek
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/1.7.4
1.7.4 Afbakening: wat valt buiten de scope van mijn onderzoek
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS450723:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. over de voorzieningen die de Ondernemingskamer kan treffen Eikelboom 2017.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan enkele onderwerpen, die verband houden met de positie van de onderzoekers en het gebruik van het onderzoeksverslag in de tweedefaseprocedure en eventuele vervolgprocedures, besteed ik in mijn onderzoek geen aandacht.
In de eerste plaats ga ik niet in op het materiële enquêterecht. De Ondernemingskamer kan een onderzoek gelasten als er sprake is van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken (artikel 2:350 lid 1 BW). Wat dat criterium inhoudt, laat ik verder onbesproken. Ik ga evenmin in op de criteria op grond waarvan de Ondernemingskamer kan oordelen dat er sprake is van wanbeleid en op de voorzieningen die zij kan treffen (artikel 2:355 en 356 BW).1
In de tweede plaats behandel ik in beginsel niet de procedurele aspecten van het verzoek tot het gelasten van een enquête en het verzoek om wanbeleid vast te stellen en voorzieningen te treffen. Alleen zijdelings ga ik hierop in, voor zover er een relatie is met de aansturing van het onderzoek door de Ondernemingskamer en de uitvoering daarvan door de onderzoekers.
Een derde aspect dat ik niet inhoudelijk behandel, is de mogelijkheid van verhaal van de kosten van het onderzoek op de (voormalige) bestuurders, commissarissen of werknemers van de rechtspersoon, anders dan waar dit relevant is voor het onderzoek.
Een vierde aspect waarop ik slechts zijdelings inga, is de (strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of civielrechtelijke) aansprakelijkheid van de onderzoekers voor beweerdelijke fouten die zij maken in de uitvoering van het onderzoek. Deze potentiële aansprakelijkheid is voor mijn onderzoek slechts relevant waar deze de wijze waarop de onderzoekers het onderzoek uitvoeren, normeert. Verder komt de aansprakelijkheid van de onderzoekers zijdelings ter sprake waar ik de verplichting van de rechtspersoon bespreek om de onderzoekers de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer tegen een aansprakelijkstelling te vergoeden.