Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/266
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Belgische nationaliteit) naar Turkije t.z.v. invoer van drugs vanuit België naar Turkije. 1. Beroep op schending van art. 18 Uitleveringswet en art. 12 EUV, omdat origineel of authentiek afschrift van aanhoudingsbevel ontbreekt. 2. Bevoegdheidsverdeling tussen rechter en minister. Verweer dat sprake is van dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM waartegen geen effectief rechtsmiddel openstaat a.b.i. art. 13 EVRM. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 20-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:64
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
25/03481
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:64, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1342, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑12‑2025
Essentie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Belgische nationaliteit) naar Turkije t.z.v. invoer van drugs vanuit België naar Turkije. 1. Beroep op schending van art. 18 Uitleveringswet en art. 12 EUV, omdat origineel of authentiek afschrift van aanhoudingsbevel ontbreekt. 2. Bevoegdheidsverdeling tussen rechter en minister. Verweer dat sprake is van dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM waartegen geen effectief rechtsmiddel openstaat a.b.i. art. 13 EVRM. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/03481 U
Datum 20 januari 2026
ARREST
op het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.