Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.2.1
10.2.1 Inleiding
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459067:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De vierde zin van artikel 198 lid 4 Rv is gewijzigd bij de Invoeringswet vereenvoudiging en digita-lisering procesrecht. Voordien bepaalde de wet dat de griffier het deskundigenbericht ondertekende als geen van de deskundigen daartoe in de gelegenheid is. Op advies van de Adviescommissie Burger-lijk Procesrecht is deze bepaling gewijzigd. Er is rekening gehouden met de mogelijkheid dat de griffier via digitale weg een niet door de deskundige ondertekend deskundigenbericht ontvangt. Omdat het voor de rechter wenselijk kan zijn te achterhalen waarom een deskundige van ondertekening heeft afgezien, is in het vierde lid de bepaling ingevoegd dat de rechter aan niet-ondertekening de gevolgen kan verbinden die hij geraden acht. De rechter krijgt hiermee de mogelijkheid om in overeenstemming met de concrete omstandigheden te reageren op een weigering van de deskundige om het bericht te ondertekenen. Zie MvT Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, Van Mierlo & Krzemi/ski 2016, p. 862.
Het bepaalde in de artikelen 197 en 198 Rv is ontleend aan de artikelen 223 en 224 Rv (oud), ingevoerd bij de herziening van het bewijsrecht in 1988. De totstandkomingsgeschiedenis biedt nauwelijks een toelichting op deze bepalingen. Zie Rutgers, Flach & Boon 1988, p. 335-347. Zie verder Van Mierlo & Bart 2002, p. 370-373.
De Groot 2008, p. 402; De Groot 2012, p. 34.
De Groot 2008, p. 337-340; De Groot 2012, p. 44-60; Linssen 2015, nr. 9.2, p. 518-520.
Zie § 7.3.4.2.
Artikel 198 lid 4 Rv bepaalt dat het schriftelijke bericht met redenen is omkleed zonder dat het persoonlijke gevoelen van ieder van de deskundigen behoeft te blijken. Ieder van de deskundigen kan van zijn afwijkende mening doen blijken. Het schriftelijke bericht wordt door de deskundigen ondertekend. Indien een of meer deskundigen niet hebben ondertekend, wordt de oorzaak hiervan zo mogelijk op het schriftelijke bericht vermeld. Aan het niet ondertekenen van het bericht door een of meer deskundigen, kan de rechter de gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht.1 De griffier zendt aan partijen afschrift van het schriftelijke bericht. Artikel 198 lid 2, derde volzin, Rv bepaalt verder dat uit het schriftelijke bericht moet blijken of voldaan is aan het voorschrift dat de deskundigen bij hun onderzoek partijen in de gelegenheid moeten stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken wordt in het schriftelijke bericht melding gemaakt. De wetsgeschiedenis van deze bepalingen is summier en biedt geen verder inzicht in de eisen die de wet stelt aan de inhoud van het deskundigenbericht.2
In de literatuur is er bijzonder weinig aandacht voor de inhoudelijke eisen die aan een deskundigenbericht moeten worden gesteld. Volgens De Groot dient een deskundigenbericht zowel volledig, begrijpelijk als logisch te volgen te zijn. Zij leidt dit af uit het samenstel van bepalingen op grond waarvan de rechter de reikwijdte van de opdracht bepaalt (artikel 194 lid 1 Rv), de deskundige de opdracht “onpartijdig en naar beste weten” behoort te vervullen (artikel 198 lid 1 Rv) en deze een gemotiveerd deskundigenadvies dient in te leveren (artikel 198 lid 4 Rv).3 Voor zover er in de literatuur al beschouwingen worden gewijd aan het deskundigenbericht zelf, hebben die betrekking op de verplichting dat de deskundigen partijen in de gelegenheid moeten stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat uit het deskundigenbericht moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. De discussie spitst zich dan toe op het antwoord op de vraag op welke opmerkingen en verzoeken van partijen de deskundigen in het deskundigenbericht moeten reageren.4 De Hoge Raad laat de deskundigen hierbij veel vrijheid.5