Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.2.4:10.2.4 Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/10.2.4
10.2.4 Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS453016:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
rechtspraak.nl
De Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken gaat hier verder dan artikel 198 lid 4 Rv, dat deze eis niet stelt.
Uit HR 13 maart 2015, JBPR 2015/47 (X/Y) zou kunnen worden afgeleid dat de Hoge Raad hier anders over denkt. Zie § 7.3.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken bevat een paar bepalingen die betrekking hebben op het door de deskundigen op te stellen verslag.1Artikel 3.1 bepaalt dat de deskundige zelfstandig tot een op zijn deskundigheid gebaseerd oordeel komt, daarover informatie geeft en daarvan verslag uitbrengt. Dat geldt ook als de deskundige de opdracht in samenwerking met andere deskundigen uitvoert. De toelichting voegt daaraan toe dat de deskundige zijn eigen oordeel onafhankelijk van andere deskundigen herkenbaar dient uit te brengen, ook als hij rapporteert in samenwerking met anderen.2Artikel 3.4 bepaalt dat de deskundige iedere relevante beïnvloeding of poging daartoe bij de uitvoering van de opdracht onverwijld schriftelijk aan de opdrachtgever meldt, ook als de beïnvloeding of poging daartoe uitgaat van de opdrachtgever, en hij deze melding in het verslag opneemt. Artikel 3.5 bepaalt dat de deskundige een (potentieel) conflict van belangen, wanneer dat blijkt, onverwijld schriftelijk aan zijn opdrachtgever meldt. Het artikel bepaalt verder dat de deskundige bedoelde melding opneemt in het verslag, kennelijk alleen indien de melding er niet toe heeft geleid dat hij als deskundige is vervangen. Artikel 4.2 lid 2 bepaalt dat als de deskundige zich bij de uitvoering van de opdracht door een derde-deskundige laat bijstaan, hij dit doet in overeenstemming met daartoe met de opdrachtgever gemaakte afspraken en dat hij de door hem ingeschakelde derde-deskundigen schriftelijk in zijn verslag vermeldt. Het derde lid voegt daaraan toe dat de door de derde-deskundige verrichte werkzaamheden, met de daaraan verbonden opdracht, in het verslag worden gedocumenteerd. De toelichting vermeldt dat het doel hiervan is de gebruiker duidelijk te maken hoe het verslag tot stand is gekomen. Artikel 4.10 bepaalt dat als de bevindingen binnen het desbetreffende deskundigheidsgebied redelijkerwijs kunnen leiden tot uiteenlopende interpretaties of conclusies, de deskundige dit bij het geven van informatie of bij het uitbrengen van zijn verslag meldt. De ratio van dit voorschrift is volgens de toelichting dat in de rapportage wordt vooruitgelopen op een mogelijk debat tussen deskundigen. Enerzijds wordt hierdoor bevorderd dat het eventuele debat zich toespitst op de vermelde interpretaties, anderzijds wordt hiermee wellicht onnodig debat tussen deskundigen voorkomen. Artikel 5.1 bepaalt dat de deskundige in begrijpelijke bewoordingen deugdelijk gemotiveerde informatie geeft en met een deugdelijke motivering verslag uitbrengt. De toelichting verduidelijkt dat het erom gaat dat het verslag begrijpelijk moet zijn voor de opdrachtgever en partijen, die niet deskundig zijn op het betreffende vakgebied. Dit brengt onder andere mee dat specifieke vaktermen zoveel als mogelijk worden vermeden, dan wel toegelicht. Artikel 5.2 bepaalt ten slotte dat de deskundige een zodanig verslag van het onderzoek opmaakt dat het controleerbaar is. De toelichting werkt deze bepaling verder uit. Een andere deskundige op hetzelfde vakgebied moet in beginsel met de informatie uit het verslag in staat zijn om het onderzoek te herhalen en dan te bezien of hij op dezelfde uitkomst komt. Deze verplichting houdt ook in dat de deskundige bereid is gegevens die hij heeft verzameld in het onderzoek, ook als deze niet door hem zijn gebruikt, op ordelijke wijze ter beschikking te stellen.3