Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/680
Legitimatie met paspoort op naam van een ander aan te merken als gebruik van identificerende persoonsgegevens van een ander a.b.i. art. 231b Sr.
HR 25-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:808
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
23/00268
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑10‑2024
ECLI:NL:HR:2024:808, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:339, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
De opvatting dat onder het in art. 231b Sr strafbaar gestelde gebruik van identificerende persoonsgegevens van een ander, niet kan worden begrepen het geval dat gebruik wordt gemaakt van een reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld in art. 231 lid 1 Sr dat op naam staat van een ander, vindt geen steun in de wet.
Samenvatting
Het cassatiemiddel berust op de opvatting dat onder het in art. 231b Sr strafbaar gestelde gebruik van identificerende persoonsgegevens van een ander, niet kan worden begrepen het geval dat gebruik wordt gemaakt van een reisdocument of identiteitsbewijs ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.