Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/732
Motivering strafoplegging bij u.o.s. over de op te leggen straf, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO, onder verwijzing naar de zaak 19/01394 (RvdW 2022/726) tegen dezelfde verdachte, waarin HR een gelijkluidend cassatiemiddel heeft besproken en verworpen. CAG: anders.
HR 05-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:977
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juli 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, Y. Buruma, M.J. Borgers, J.C.A.M. Claassens, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
19/01393
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:977, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:270, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑03‑2022
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01393
Datum 5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 maart 2019, nummer 21/001230-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,
hierna: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.