Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/782
Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 lid 1 Sr). Bewijsklacht. Heeft verdachte door ‘aannemen van valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen’ aangever bewogen tot afgifte van enige geldbedragen? Bewezenverklaring houdt o.m. in dat verdachte ‘door aannemen van valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen aangever heeft bewogen’ tot afgifte van enige geldbedragen. Dit onderdeel van bewezenverklaring kan echter niet zonder meer worden afgeleid uit bewijsvoering van hof. Uitspraak hof is ten aanzien daarvan dus ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
HR 09-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1015
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 juli 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/02628
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1015, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:612, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑06‑2024
Essentie
Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 lid 1 Sr). Bewijsklacht. Heeft verdachte door ‘aannemen van valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen’ aangever bewogen tot afgifte van enige geldbedragen? Bewezenverklaring houdt o.m. in dat verdachte ‘door aannemen van valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen aangever heeft bewogen’ tot afgifte van enige geldbedragen. Dit onderdeel van bewezenverklaring kan echter niet zonder meer worden afgeleid uit bewijsvoering van hof. Uitspraak hof is ten aanzien daarvan dus ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02628
Datum 9 juli 2024
ARREST ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.