RvdW 2024/781:Medeplegen gekwalificeerde doodslag, art. 288 Sr. Overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg. Heeft hof verzuimd rechtsgevolg te verbinden aan de door hof geconstateerde overschrijding van redelijke termijn die in e.a. heeft plaatsgevonden? Hof heeft vastgesteld dat redelijke termijn in e.a. is overschreden met ongeveer 9 maanden, maar dat naar ’s hofs oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden ‘die rechtvaardigen dat redelijke termijn in e.a. met 6 maanden wordt verlengd’. Daarnaast heeft hof afzonderlijk tijdsverloop in hoger beroep beoordeeld en vastgesteld dat ook in de appelfase sprake is van overschrijding van redelijke termijn. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat op te leggen gevangenisstraf met 1 jaar moet worden verminderd, zonder dat die vermindering daarbij specifiek is verbonden aan overschrijding van redelijke termijn in e.a. dan wel in h.b. Klacht dat hof geen rechtsgevolg heeft verbonden aan vastgestelde overschrijding van redelijke termijn in e.a., mist daarom feitelijke grondslag. Volgt verwerping. CAG: anders.