Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/762
Afwijzing aanhoudingsverzoek ontoereikend gemotiveerd. Opmerking Hoge Raad over de procedure na terugwijzing wegens beperkt ingesteld cassatieberoep.
HR 09-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1005
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02832
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1005, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:500, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑05‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑06‑2023
- Wetingang
Essentie
Ter terechtzitting in hoger beroep verzoekt de raadsman om aanhouding van de behandeling van de zaak, omdat de verdachte geen vrij kon krijgen van zijn werk maar wel bij de behandeling van zijn zaak aanwezig wil zijn. Het hof wijst dat verzoek af op de grond dat de oproeping in persoon is betekend, het bericht van verhindering pas op het laatste moment komt en dit onvoldoende aanleiding vormt om de behandeling van de zaak aan te houden. Dit oordeel is in het licht van de vaste rechtspraak van de Hoge Raad over de beoordeling van aanhoudingsverzoeken niet toereikend gemotiveerd. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.