RvdW 2024/779:Beklag, beslag ex art. 94a Sv op appartementsrecht en scooter onder klaagster t.l.v. haar ex-echtgenoot t.z.v. verdenking van Opiumwetfeiten en witwassen. Anderbeslag ex art. 94a lid 4 Sv. Zijn er voldoende aanwijzingen dat inbeslaggenomen appartementsrecht en scooter aan klaagster zijn gaan toebehoren met kennelijk doel de uitwinning daarvan te bemoeilijken of verhinderen a.b.i. art. 94a lid 4 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:2144 m.b.t. te hanteren maatstaven als ex art. 94a Sv beslag rust op voorwerp en derde in beklagprocedure ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt. ’s Hofs oordeel dat gekocht appartementsrecht aan klaagster is gaan toebehoren om uitwinning van uit misdrijf afkomstig geld van ex-echtgenoot te bemoeilijken of verhinderen en dat zij dat t.t.v. aankoop ervan redelijkerwijs ook moest vermoeden, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Datzelfde geldt voor oordeel dat ex-echtgenoot de hypotheeklasten droeg en betaalde met van misdrijf afkomstig geld. In schriftuur genoemde omstandigheden maken dat niet anders, in aanmerking genomen dat deze omstandigheden niet door of namens klaagster bij behandeling van klaagschrift aan de orde zijn gesteld. V.zv. hof van oordeel is dat ook scooter alleen aan klaagster is gaan toebehoren om uitwinning van geld van ex-echtgenoot te bemoeilijken of verhinderen en dat klaagster dat t.t.v. aankoop ervan redelijkerwijs moest vermoeden, is dat oordeel niet toereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. scooter en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. appartementsrecht.