Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/7.5.5.1
7.5.5.1 Inleiding
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS456651:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 27.
Zie bijvoorbeeld OK 21 juni 2013, ARO 2013/109 (Greenchoice), r.o. 2.4-2.5, in welke beschikking de Ondernemingskamer impliciet accepteert dat de onderzoeker kantoorgenoten heeft ingeschakeld. Zie verder § 7.5.5.2.
GH 16 februari 2016, ARO 2016/45 (Integrated Utility Holding c.s.), r.o. 1.2.
Zie § 6.3.4.
Zie § 7.5.5.2.
GH 31 maart 2015, ARO 2015/106 (Integrated Utility Holding c.s.). Later heeft de onderzoeker overigens alsnog een hulppersoon ingeschakeld en om die reden om verhoging van het onderzoeksbudget verzocht. Zie GH 16 februari 2016, ARO 2016/45 (Integrated Utility Holding c.s.).
De onderzoekers kunnen bij hun onderzoek hulppersonen inschakelen. Aandachtspunt 3.10 biedt de onderzoekers daartoe de vrijheid indien zij dit – mede gelet op de daarmee gemoeide kosten – voor de juiste uitoefening van het onderzoek in redelijkheid nodig achten. Als voorbeeld noemt dit Aandachtspunt de situatie dat de onderzoekers bepaalde, voor het onderzoek noodzakelijke, deskundigheid ontberen.
Ik meen dat er drie redenen kunnen zijn voor de onderzoekers om hulppersonen in te schakelen. In de eerste plaats kunnen de onderzoekers ter administratieve ondersteuning een secretaris aanstellen. In grotere onderzoeken is dat gebruikelijk.1 De secretaris kan bijvoorbeeld namens de onderzoekers met partijen corresponderen, het dossier bijhouden, gespreksverslagen maken, de verzamelde data analyseren en helpen bij het schrijven van het (concept)verslag. Vaak is de secretaris een kantoorgenoot van een van de onderzoekers. Advocaten die onderzoeker zijn, plegen, zeker in grotere onderzoeken, ook andere kantoorgenoten in te schakelen voor het verrichten van hand- en spandiensten.2 Het onderscheid tussen de taken van een secretaris en van kantoorgenoten die hand- en spandiensten verrichten, is vloeiend. Ik zou menen dat het kenmerkende verschil is dat de secretaris zelfstandig namens de onderzoekers met partijen kan communiceren, terwijl kantoorgenoten dat niet zouden behoren te doen. Indien de onderzoekers geen kantoorgenoten hebben die hen, al dan niet als secretaris, kunnen bijstaan, kunnen zij zich ook anderszins van administratieve bijstand voorzien.3
Een tweede reden om een hulppersoon in te schakelen is als de onderzoekers technische ondersteuning behoeven om data veilig te stellen. Men kan daarbij denken aan IT-specialisten als de onderzoekers gebruik willen maken van forensische onderzoekstechnieken, ook al meen ik dat zij daar terughoudend in moeten zijn.4
Een derde reden om een hulppersoon in te schakelen is als deze beschikt over deskundigheid waarover de onderzoekers zelf niet beschikken. Men kan hierbij denken aan een taxateur, die de waarde van bepaalde activa of vervreemde activa van de rechtspersoon kan waarderen, of een accountant, die onderzoek kan doen naar de financiële administratie van de rechtspersoon.5
In een Curaçaose enquêtezaak is het een keer voorgekomen dat de verzoeker het hof heeft gevraagd aan de onderzoeker een hulppersoon toe te wijzen. Het hof heeft dit verzoek terecht afgewezen, omdat dit afbreuk doet aan de vrijheid van de onderzoeker het onderzoek naar eigen inzicht in te richten.6