Het onderzoek in de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.3.4.4.3:3.3.4.4.3 Onpartijdigheid
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/3.3.4.4.3
3.3.4.4.3 Onpartijdigheid
Documentgegevens:
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS455479:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak p. 7, aangehaald in § 7.2.1.
Vgl. Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken artikel 3.3.
Zie § 7.4.11 en specifiek met betrekking tot hindsight biashoofdstuk 8.
Zie § 8.1.
Zie § 7.4.3.
Zie § 7.4.3.2.
Zie § 7.4.3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De onderzoeker zal zijn opdracht onpartijdig moeten uitvoeren. Het komt daarbij niet alleen aan op de subjectieve onpartijdigheid van de onderzoekers – dat wil zeggen op de overwegingen die zij bij hun oordeelvorming betrekken – maar ook op de objectieve onpartijdigheid van de onderzoekers: dat wil zeggen dat er geen feiten of omstandigheden zijn die objectief gezien twijfel kunnen wekken aangaande de vraag of zij het onderzoek zonder vooringenomenheid uitvoeren.1
Met betrekking tot de attitude van de onderzoekers merk ik het volgende op. De onderzoekers moeten niet bevooroordeeld of vooringenomen zijn, en zich aangaande hun onderzoek, de resultaten daarvan en de daarop te baseren conclusies niet laten leiden door een inhoudelijk belang van een of meer bij de zaak betrokken partijen.2 Dat betekent dat zij gedurende het gehele onderzoek open moeten staan voor feiten en omstandigheden die hun voorlopige conclusies (en het voorlopige oordeel van de Ondernemingskamer in de eerstefasebeschikking) tegenspreken. Zij moeten voorkomen dat biases hun oordeel beïnvloeden.3 Verder moeten zij zich ervan bewust zijn dat een oordeel dat tot stand komt onder de invloed van hindsight bias tot de perceptie kan leiden dat zij partijdig zijn.4
Onpartijdigheid is een van de beginselen van behoorlijk onderzoek die de onderzoekers in acht moeten nemen.5 De onderzoekers kunnen maatregelen nemen om de schijn van partijdigheid te vermijden.6 Mochten de onderzoekers zelf tot de conclusie komen dat hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid niet meer boven iedere twijfel zijn verheven, dan zullen zij het onderzoek moeten stilleggen en zich tot de Ondernemingskamer moeten wenden. Hetzelfde geldt als een van de partijen stelt dat zij de schijn van partijdigheid hebben gewekt. Omdat dit niet iets is wat de benoeming van de onderzoekers raakt, maar de wijze waarop zij het onderzoek uitvoeren, ga ik hier op deze plaats niet verder in.7