Einde inhoudsopgave
Het onderzoek in de enquêteprocedure (VDHI nr. 145) 2017/11.4.1
11.4.1 Wettekst
mr. drs. R.M. Hermans, datum 01-11-2017
- Datum
01-11-2017
- Auteur
mr. drs. R.M. Hermans
- JCDI
JCDI:ADS459056:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Geerts 2004, p. 198-202; Geerts in: GS Rechtspersonen, artikel 2:353 BW, aant. 5; Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/789; Overkleeft 2010; Van der Heijden & Van der Grinten/Dortmond 2013/365; Assink || Slagter 2013, p. 1732-1733; Storm 2014, p. 159-161; Overkleeft 2015; De Kraker 2017.
Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/789; Assink & Kroeze 2016, p. 54-55.
Zie § 7.4.8.
Zie § 11.4.4.
Uit de jaarverslagen van de Ondernemingskamer blijkt dat het aantal verzoeken in de jaren 2011- 2016 respectievelijk 2, 0, 3, 6, 7 en 6 bedroeg.
Artikel 2:353 lid 3 BW geeft de voorzitter van de Ondernemingskamer de bevoegdheid te bepalen dat iemand voor wie het verslag ter inzage ligt mededelingen uit het verslag mag doen.1 Deze bepaling luidt:
“Het is aan anderen dan de rechtspersoon verboden mededelingen aan derden te doen uit het verslag, voor zover dat niet voor een ieder ter inzage ligt, tenzij zij daartoe op hun verzoek door de voorzitter van de ondernemingskamer zijn gemachtigd. Een vereniging van werknemers is echter zonder een zodanige machtiging bevoegd tot het verstrekken van mededelingen uit het verslag aan de ondernemingsraad, die aan een door de rechtspersoon gedreven onderneming is verbonden.”
Opzettelijke schending van deze geheimhoudingsplicht is een misdrijf met als maximumsanctie een jaar gevangenisstraf of een boete van de vierde categorie (artikel 272 Sr). Uit deze bepaling blijkt dat het onderzoeksverslag vertrouwelijk is en dat het, tenzij het verslag voor eenieder ter inzage ligt, in beginsel voor eenieder verboden is uit het verslag mededelingen te doen. Dit begrip moet extensief worden uitgelegd. Ook het inzage geven in of ter hand stellen van het gehele verslag valt hieronder, net als het parafraseren van de conclusies van het verslag.2 De machtigingsprocedure is een logische aanvulling op de geheimhoudingsplicht voor de onderzoekers.3 Op deze geheimhoudingsplicht gelden drie wettelijke uitzonderingen.
In de eerste plaats is het de rechtspersoon toegestaan om het onderzoeksverslag te publiceren of daaruit mededelingen te doen. In de tweede plaats mag een vakorganisatie die de enquête heeft verzocht of voor wie het verslag ter inzage ligt, de inhoud daarvan delen met de ondernemingsraad die aan een door de rechtspersoon gedreven onderneming is verbonden. In de derde plaats kan de voorzitter van de Ondernemingskamer personen voor wie het verslag ter inzage ligt machtigen om binnen door hem te bepalen grenzen en op een door hem te bepalen wijze, mededelingen te doen uit het verslag. Naast de wettelijke uitzonderingen op het verbod tot het doen van mededelingen uit het verslag zijn er nog enkele uitzonderingen, die voortvloeien uit andere wettelijke regelingen of het systeem van de wet.4
De laatste jaren neemt het aantal verzoeken om machtiging tot het doen van mededelingen toe.5 Dat komt, naar ik vermoed, omdat de voorzitter van de Ondernemingskamer sinds de in § 11.4.8 te bespreken Ageas-beschikking sneller bereid is een machtiging te verlenen dan in het verleden het geval was.